Schoolpad 1, 1383 EA Weesp 0294 41 87 55 deterp@deterpweesp.nl

Protocol Leerlingenzorg

Leerlingenzorg

op

oecumenische basisschool

“De Terp”

schooljaar 2009-2010

2

Voorwoord en verantwoording.

Voor jullie ligt alweer de negende uitgave van het protocol leerlingenzorg op “De Terp”.

Dit boekje is de schriftelijke neerslag van denkwerk, informatie verzamelen, raad vragen en

overleggen.

Voor de goede orde: dit boekje is geen eindresultaat, het is een stap op weg naar de

verwezenlijking van goede en goed gestructureerde leerlingenzorg op onze school.

Met dit boekje in de hand weet iedereen in de school welke afspraken er gelden, voor wat de

leerlingenzorg betreft.

In dit document is een duidelijk overzicht gemaakt van alle zaken die we vast (moeten) leggen

wat de leerlingenzorg betreft.

Op deze manier weet iedereen wat er van hem/haar verwacht wordt,wat er bij de intern

begeleider moet worden ingeleverd en wat er in het dossier moet worden bijgehouden.

Het komende schooljaar gaan we, net als vorige jaren, verder met het meer systematisch

geven van R.T. en/of ondersteuning door de eigen leerkracht aan kinderen in de groep.

Belangrijk hierbij is goed het logboek bij te houden.

We starten daarbij dit jaar met het opzetten van een eenduidige zorgmap in iedere groep. In de

zorgmap geeft de leerkracht op het 9-dagdelenoverzicht aan op welke momenten in de week

binnen de groep structureel extra zorg wordt geboden (maximaal drie momenten in de week).

Hierbij is er zowel aandacht voor zwakkere (sturende) leerlingen als voor sterkere

(ontdekkende) leerlingen.

Daarnaast zullen we dit schooljaar ook aan de gang gaan met het maken van trendanalyses op

groepsniveau (groepsanalyse) en op schoolniveau (volgmodel jaargroepen). De analyses van

de Cito E-toetsen zullen besproken worden in september en de M-toetsen eind februari/begin

maart.

Ook willen we dit jaar goed en gedegen beleid gaan opstellen t.a.v. hoogbegaafdheid. We

willen hierbij o.a. gebruik maken van de expertise en al aanwezige kennis van onze collegai.

b.-ers binnen Weesp en ons bestuur.

Gaandeweg zullen we misschien afspraken en/of procedures tegenkomen, die in de praktijk

niet handig zijn of niet werken. Deze moeten we dan in overleg veranderen of aanpassen.

Aan het eind van het jaar zullen we weer evalueren hoe alles dit jaar is verlopen en zullen we,

waar nodig, aanpassingen aanbrengen.

De leerlingenzorg is geen statisch geheel, maar zal steeds verbeterd moeten worden.

Natuurlijk hopen we, dat iedereen met deze versie weer uit de voeten kan, maar opmerkingen

en suggesties blijven altijd welkom.

Simone Robeer

Ron Boerebach

september 2009

3

Inhoudsopgave:

Blz.:

De leerlingenzorg in onze school 4

Het leerlingvolgsysteem voor de kleutergroepen 6

Het leerlingvolgsysteem voor groep 3 t/m 8 8

Aanpassingen en hulpmiddelen bij de afname van landelijk genormeerde

toetsen van het Cito

9

Procedure verwerking resultaten n.a.v. de Citotoetsen 10

Trendanalyses van de citotoetsen 10

Traject leerlingenzorg 11

Procedure voor het aanmelden bij P.C.L. of Eduniek 13

Procedure voor het I.B./ Eduniek-overleg 13

Remedial Teaching op onze school 14

Leeskliniek eigen school 15

Protocol Interne Leeskliniek 16

Protocol Leesploblemen en Dyslexie op “De Terp” 18

Sociaal emotionele ontwikkeling 32

Het leerlingendossier 33

Dossiers onderbouw 35

Dossiers bovenbouw 38

Gebruikte toetsen op “De Terp” 40

Jaarplanner leerlingvolgsysteem schooljaar 2009-2010 42

Handreikingen voor het invullen van het handelingsplan 43

Bijlagen:

1. formulier Remedial Teaching

2. handelingsplan kleutergroepen

3. handelingsplan groep 3 t/m 8

4. formulier ondersteuning

5. formulieren groepsoverdracht

6. formulier leerlingenbespreking kleutergroepen

7. formulier leerlingenbespreking groep 3 t/m 8

8. formulier oudergesprek

9. criteria aanname leerlingen met specifieke behoeften (rugzakleerlingen)

10. protocol overgang naar groep 2 en groep 3

11. groepsoverzicht kleutersignalering dyslexie

12. individueel scoreformulier kleutersignalering dyslexie (juni groep 2)

13. lesschema “Kinderen en hun sociale talenten”

14. 9-dagdelenoverzicht (concept)

44

4

De leerlingenzorg in onze school.

Uitgangspunten :

# De directeur is verantwoordelijk voor het zorgverbredingsbeleid op zijn school.

# De coördinatie van dit beleid wordt door de directeur gedelegeerd aan de Interne

Begeleiders (Ron Boerebach en Simone Robeer).

# De directe hulp aan kinderen in de klas dient in eerste instantie door de groepsleerkracht

gegeven te worden. De groepsleerkracht kent de kinderen het beste en kan de kinderen

daardoor ook het beste zelf helpen.

De groepsleerkracht zal dus ondersteuning moeten krijgen zodat hij/zij beter is toegerust om

de leerlingen in de klas zelf te helpen.

Taken Intern Begeleider :

1. Coördinerende taken

# Coördineren, bewaken en uitbouwen van het leerlingvolgsysteem.

# Opstellen van procedures en richtlijnen t.a.v. de leerlingenzorg.

# Bewaken van procedures en afspraken.

# Coördineren en/of organiseren van nader onderzoek naar de achtergrond van

onderwijsleerproblemen op grond van de resultaten van de leerlingenbespreking en het

organiseren van de daarbij behorende hulp.

# Coördineren, beheren en onderhouden van de orthotheek.

# Beheren van materialen en dossiers (m.b.t. groepsgegevens).

# Plannen en afstemmen van activiteiten t.a.v. de leerlingenzorg.

# Organiseren en leiden van leerlingenbesprekingen.

# Organiseren van evaluaties.

2. Begeleidende taken

# Begeleiden en ondersteunen van de groepsleerkracht in het analyseren van observatie- en

toetsgegevens.

# Ondersteunen en begeleiden van de groepsleerkracht bij het opstellen en uitvoeren van

handelingsplannen.

# Observeren van klassensituaties.

# Consulteren en coachen van leerkrachten.

# Informeren van leerkrachten en directie.

3. Innoverende taken

# Opstellen van plannen t.a.v. de organisatie.

# Analyseren van de zorgverbreding.

# Evalueren van de zorgverbreding.

# Motiveren van leerkrachten.

4. Ontwikkeling en scholing

# Contacten onderhouden met de leerlingbegeleider van Eduniek.

# Contacten onderhouden met de Remedial Teachers.

# Bijwonen van netwerkbijeenkomsten van Interne Begeleiders van het W.S.N.S.-

samenwerkingsverband.

# Volgen van cursussen op het gebied van leerlingenzorg.

# Het ontwikkelen en uitbreiden van kennis en vaardigheden op het gebied van de

5

zorgverbreding.

Taken directie :

# Ondersteunen van de I.B.-ers.

# Samen met de I.B.-ers de leerlingenbesprekingen voorbereiden.

# Contacten onderhouden met het W.S.N.S.-samenwerkingsverband.

# Onderhouden van externe contacten (bv. RCKJP, S.O., Eduniek)

# Bespreken van toetsgegevens op school- en groepsniveau .

# Bewaken van de kwaliteit van de zorgverbreding in het algemeen.

Taken groepsleerkracht :

# Uitvoeren van het leerlingvolgsysteem. (dossiers bijhouden, toetsen afnemen)

# Verwerken van toetsgegevens op groeps- en individueel niveau.

# Maken van handelingsplannen (samen met de I.B.).

# Gespreksvoering met ouders (op verzoek met de I.B.).

# Remedial taken in de eigen groep.

# Onderhouden van externe contacten m.b.t. individuele leerlingen.

N.B.: De eindverantwoordelijkheid voor de zorg van individuele leerlingen berust bij de

groepsleerkracht.

Voorwaarden voor het systeem van Interne Begeleiding :

# De directie stelt zich nadrukkelijk en expliciet op als voorstander van een systeem voor

interne begeleiding.

# De I.B. heeft tijd toegewezen gekregen.

# De schoolleiding en de I.B. voeren regelmatig overleg.

# De activiteiten van de I.B. worden regelmatig in de teamvergadering besproken en

geëvalueerd.

# De resultaten van de toetsen van het leerlingvolgsysteem worden besproken in een

leerlingenbespreking.

# De resultaten van de remediëring worden besproken tijdens een leerlingenbespreking.

# Voor alle leerlingen wordt een dossier aangelegd dat wordt bewaard op een centrale plaats

in de school.

6

Het leerlingvolgsysteem voor de kleutergroepen.

In de kleutergroepen wordt gebruik gemaakt van het Pravoo-leerlingvolgsysteem (2000-versie.)

Uitgangspunt bij dit systeem is, dat we de ontwikkeling van de leerlingen nauwkeurig volgen

d.m.v. observatie.

Voor elke leerling is er een persoonlijk ontwikkelingsboekje met 8 peilpunten, die we

gedurende de kleuterperiode invullen.

We doen dit als de leerling net een maand op school is, ongeveer twee weken voor de

oudergesprekken in november en maart en vlak voor het einde van het schooljaar.

Peilpunt 1 na 1 maand onderwijs (wordt besproken tijdens het huisbezoek.)

Peilpunt 2 november groep 1 (na minimaal 5 maanden onderwijs, anders overslaan!)

Peilpunt 3 maart/april groep 1

Peilpunt 4 eind groep 1

Peilpunt 5 november groep 2

Peilpunt 6 maart/april groep 2

Peilpunt 7 eind groep 2

Peilpunt 8 november groep 3

Voor leerlingen, die in de periode van oktober tot juli op school binnenkomen, vullen we

alleen peilpunt 1 in.

Na de grote vakantie beginnen we dan met peilpunt 2. (zie handleiding pag.52)

Uitzondering hierop zijn die leerlingen, die n.a.v. de afgenomen Cito E1 toetsen en hun

verdere functioneren in de groep (gedragsniveau) versneld doorgaan naar groep 2. De

beslissing over versneld doorstromen wordt genomen tijdens een onderbouwvergadering. We

maken hierbij gebruik van het Pravoo Beslissingenblad 1. (zie bijlage)

Drie maal per jaar vult de groepsleerkracht een groepsoverzicht in (november, maart en

einde schooljaar) en bespreekt deze met de intern begeleider. (de leerkracht maakt zelf een

afspraak.) Samen wordt er na deze bespreking evt. een groepsaanpak bepaald en wordt er één

leerling uitgekozen voor diagnose (en uitvoering daarvan.)

Elke binnengekomen vierjarige geven we een half jaar ontwikkelingsgelegenheid, m.u.v.

kinderen met taalachterstanden of ernstige sociaal-emotionele problemen. (bij deze kinderen

zullen we al in een vroeg stadium een plan van aanpak op gaan stellen.)

Voor leerlingen, waarbij we twijfels hebben over de overgang naar groep 3, vullen we aan het

eind van het jaar het Pravoo Beslissingenblad 2 in, dat o.a. het Pravoo groep-3-rijpheid

protocol bevat (zie bijlage). Ook dit wordt weer in een bouwvergadering besproken.

7

Naast deze observaties maken we in de kleutergroepen ook gebruik van de

schoolvorderingentoetsen van het Cito:

Ordenen M1 }incidenteel in

Taal voor kleuters M1 }januari/februari groep 1

Ordenen E1 juni groep 1

Taal voor kleuters E1 juni groep 1

Ordenen M2 januari/februari groep 2

Taal voor kleuters M2 januari/februari groep 2

Ordenen E2 juni groep 2

Taal voor kleuters E2 juni groep 2

In januari nemen we bij alle oudste kleuters de M2 toetsen af. Bij de jongste kleuters nemen

we de M1 toets alleen incidenteel af

In juni nemen we bij alle jongste kleuters (die t/m oktober 5 jaar worden) en alle oudste

kleuters de E toetsen af.

Daarnaast worden ook bij jongste kleuters, die geboren zijn in de maanden november en

december (evt. ook nog jongere opvallende leerlingen) de toetsen afgenomen en Pravoo

Beslissingenblad 1 ingevuld. Kinderen, die hierop goede resultaten behalen en daarnaast ook

in de groep goed functioneren, kunnen (na intern overleg) in aanmerking komen voor

versneld doorstromen naar groep 2.

Er worden analyseformulieren ingevuld en het aantal goede opgaven per toets wordt in de

computer ingevoerd. We maken een uitdraai van het groepsrapport-grafisch van laag naar

hoog. Daarna worden er leerlingrapporten uitgedraaid.

De gegevens worden besproken met de intern begeleider. N.a.v. deze bespreking kan er (waar

nodig) een plan van aanpak worden gemaakt op individueel en/of groepsniveau.

Als we twijfels hebben over het feit of de leerling straks wel schoolrijp zal zijn, geven we dit

al vroegtijdig (februari/maart) aan bij de ouders.

In januari nemen we bij alle oudste kleuters de kleutersignalering dyslexie af. De

groepsleerkracht vult bijbehorend groepsoverzicht in (zie bijlage). Voor de risicoleerlingen is

er in de periode daarna extra aandacht op het gebied van fonologische vaardigheden.

In juni nemen we bij de risicokinderen de screening nog een keer af en vult de leerkracht

bijbehorend individueel scoreformulier voor deze kinderen in (zie bijlage).

Aan het einde van het schooljaar wordt er bij de kleuters, die doorgaan naar groep 3, een

grafementoets afgenomen door de groepsleerkracht. Bij kinderen die alle grafemen binnen de

gestelde norm goed verklanken wordt daarna ook nog de DMT kaart 1 en evt. de Avi

afgenomen. Aan de hand van deze gegevens wordt er in de bouwvergadering bekeken of er

kinderen zijn, die aan het begin van groep 3 al kunnen gaan lezen volgens de Zonaanpak.

In de loop van het schooljaar worden de oudste kleuters ook nog gescreend door de

logopediste en vindt er een Preventief Gezondheids Onderzoek plaats door de schoolarts.

De toetsgegevens zien we als een extra stukje informatie, naast de bevindingen van de

logopediste en de schoolarts en boven alles onze eigen bevindingen n.a.v. de observaties.

8

Al deze gegevens samen zorgen voor een weloverwogen beslissing van de school over de

overgang van de leerlingen naar groep 3.

Het leerlingvolgsysteem voor groep 3 t/m 8.

Naast de methodegebonden toetsen wordt in groep 3 t/m 8 de ontwikkeling van de leerlingen

gevolgd d.m.v.een aantal onafhankelijke, landelijk genormeerde toetsen:

Schoolvorderingentoetsen van het CITO.

Op het gebied van:

- rekenen

- spelling

- begrijpend lezen

Deze toetsen worden afgenomen in januari/februari (M toets) en in mei/juni (E toets.)

AVI leestoetsen en DrieMinutenToetsen.

In groep 3 worden deze toetsen afgenomen volgens de jaarplanning van de leesmethode VLL.

Vanaf groep 4 worden ze dit schooljaar afgenomen volgens de stappenplannen van ons

protocol dyslexie (zie blz.18).

De Avi leestoetsen worden in groep 3 afgenomen door de groepsleerkracht (de R.T.-er neemt

dan de groep over) Vanaf groep 4 worden de Avi leestoetsen afgenomen door de Remedial

Teachers. De DMT wordt door de groepsleerkrachten afgenomen.

De remedial teachers verzorgen een ingevuld groepsoverzicht van de AVI leestoetsen.

In groep 3 worden de resultaten van de DMT ingevoerd in het computerprogramma van

Veilig Leren Lezen en wordt dus ook de normering van VLL gehanteerd. De leerkracht

verzorgt een groepsuitdraai.

Vanaf groep 4 worden bij de DMT het aantal goed gelezen woorden ingevoerd in het

computerprogramma van Cito en wordt er een uitdraai gemaakt van het groepsrapportgrafisch.

Ook wordt er per leerling voor alle toetsen een leerlingenrapport uitgedraaid.

Alle toetsgegevens worden door de groepsleerkracht besproken met de intern begeleider.

N.a.v. deze bespreking kan evt. een plan van aanpak worden opgesteld op individueel en/of

groepsniveau.

Entreetoets.

Deze toets wordt afgenomen in groep 7 in de periode van april-juni.

N.I.O. test.

Dit intelligentieonderzoek wordt afgenomen in groep 8. (oktober/november)

Schoolvragenlijst.

Deze wordt ingevuld door de leerlingen van groep 8, gelijktijdig met het N.I.O.

9

Aanpassingen en hulpmiddelen bij de afname van

landelijk genormeerde toetsen van het Cito.

Wanneer stap je van de leerjaar gebonden toets af?

We nemen de toetsen in principe af volgens de normering van het Cito.

Bij een E-score op de desbetreffende toets gaan we kijken naar de vaardigheidsscores.

Bij een blijvende neerwaartse trend is uitgebreide analyse en gedegen onderzoek

noodzakelijk. Daarna pas kunnen aanpassingen bij de afname van de toetsen gedaan worden.

Mogelijkheden daarvoor zijn:

1. het toetsniveau aanpassen aan het didactisch niveau van de leerling.

2. de toetsafname aanpassen aan de mogelijkheden van de leerling, bv. de toets wordt

voor dyslecten voorgelezen of de tekst wordt vergroot, er wordt een leesvenster

ingezet voor leerlingen met een dysharmonisch profiel.

3. de digitale toets afnemen

4. de leerling krijgt extra (lees)tijd

Bij deze 4e mogelijkheid noteren we dan wel twee toetsscores:

1. het resultaat, behaald binnen de door Cito gestelde tijd (wordt ingevoerd in de

computer)

2. het resultaat, behaald na het toestaan van extra (lees)tijd

Het is belangrijk goed te overdenken wat je doel is als je een toets aanpast of niet.

Als je de leerling voorleest bij de toetsafname kun je het resultaat niet meer objectief afzetten

tegen de landelijke normering.

Wel weet je dan of de leerling het in ieder geval goed begrepen heeft.

Het aanpassen van een toets gebeurt altijd in overleg met de intern begeleider en het wordt

vastgelegd in het leerlingendossier!

Mogen leerlingen bij de toetsafname ook hulpmiddelen gebruiken?

Als leerlingen tijdens de lessen hulpmiddelen gebruiken (bv. rekenrek, rekenketting,

schema’s, leerwegen) mogen ze deze ook bij de toetsafname gebruiken.

Het is belangrijk dit goed te vermelden in het leerlingendossier (op de gele kaart) en dit ook te

noteren op het groepsrapport-grafisch en het leerlingrapport!

10

Procedure verwerking resultaten n.a.v. de Citotoetsen.

1. De leerkracht voert het aantal goede antwoorden in in de computer en maakt per

toets een uitdraai van het groepsrapport-grafisch (van laag naar hoog). De intern

begeleider krijgt hier ook een exemplaar van.

2. De leerkracht draait de leerlingrapporten van de toetsen uit. De oude uitdraaien

worden uit de dossiers gehaald/vernietigd en vervangen door de nieuwe (wel even

de oude dle.-notities overnemen!)

3. De leerkracht inventariseert de kinderen met een D-/E-score per gemaakte toets.

4. De leerkracht rekent de D-/E-scores om daar dle.’s en noteert dit op het

groepsrapport-grafisch en op de leerlingrapporten achter de niveau-aanduiding. Bij

de kleuters gebeurt dit in maanden achterstand (bv. dle.-7) en vanaf groep 3 zowel

het dle.-getal als de maanden achterstand (bv. dle. 12 / -8).

5. De leerkracht verzamelt de toetsboekjes en toetsbladen van de kinderen met een

D-/E-score. (al het overige toetsmateriaal wordt niet bewaard.)

6. De leerkracht maakt een foutenanalyse van het toetswerk van de kinderen met een

D-/E-score, geeft aan op welke punten geboden hulp wenselijk is en levert dit in

bij de intern begeleider.

7. De leerkracht vergelijkt de Citoresultaten met de resultaten van de

methodegebonden toetsen.

8. Kinderen met soortgelijke fouten worden geclusterd.

9. De intern begeleiders bepalen in overleg met de remedial teachers (zorgoverleg)

welke kinderen in aanmerking komen voor een periode R.T. en voor welke

kinderen er een (groeps)plan gemaakt moet worden voor in de groep.

10. De leerkracht stelt een (groeps)handelingsplan op voor de kinderen, die extra hulp

gaan krijgen in de groep. De R.T.-er stelt de handelingsplannen op voor de

kinderen, die een periode R.T. van haar gaan krijgen.

11. De intern begeleiders verzorgen een formulier R.T. voor de kinderen, die een

periode R.T. gaan krijgen en geven dit aan de leerkracht.

12. De leerkracht licht de ouders van de kinderen met een D-/E-score in, zorgt voor

een ingevuld en ondertekend formulier R.T. en informeert de ouders over de

aanpak.

Trendanalyses van de Citotoetsen.

De toetsresultaten worden op verschillende niveaus geanalyseerd:

1. op leerlingniveau d.m.v. groepsrapporten

2. op groepsniveau d.m.v. groepsanalyses

3. op schoolniveau d.m.v. het volgmodel jaargroepen

Op leerlingniveau is het belangrijk niet alleen naar de resultaten van het laatste

afnamemoment te kijken, maar vooral ook nog terug te kijken naar de vaardigheidsscores van

de voorgaande afnamemomenten. Een teruglopende vaardigheidsscore is reden tot zorg!

11

Met het team bespreken we de trendanalyses op groeps- en schoolniveau n.a.v. de

Citotoetsen. Eind februari/begin maart doen we dit n.a.v. de M-toetsen voor de vakken

rekenen, spelling en begrijpend lezen en in september alleen voor rekenen en spelling n.a.v.

de E-toetsen van juni.

Traject leerlingenzorg.

Indien een leerkracht zich zorgen maakt over de leer- en/of gedragsontwikkeling van een

leerling, dan volgen de volgende procedures:

Stap 1

De leerkracht meldt de leerling aan bij de intern begeleider. De aanmelding geschiedt door

een ingevuld formulier leerlingenbespreking in te leveren bij de intern begeleider.

De leerling wordt dan in de eerst volgende leerlingenbespreking met de aanwezige

leerkrachten besproken. Deze leerlingenbesprekingen vinden eens in de vier weken plaats.

N.a.v. de leerlingenbespreking wordt beslist of:

1. De leerling extra oefening in de klas en/of mee naar huis krijgt.

2. Er voor de leerling een handelingsplan wordt opgesteld voor begeleiding in de klas

en/of voor thuis.

3. De leerling hulp krijgt van de remedial teacher.

Bij de eerste mogelijkheid zorgt de leerkracht zelf voor extra oefenstof. Hij/zij kan voor hulp

en advies een beroep doen op de intern begeleider.

Bij de tweede mogelijkheid stellen de leerkracht en de intern begeleider samen het

handelingsplan op. Geregeld zullen zij tussentijds het handelingsplan evalueren en eventueel

bijstellen.

Bij de derde mogelijkheid wordt het handelingsplan door de remedial teacher opgesteld en

uitgevoerd. Deze zorgt ook voor voldoende oefenstof voor in de klas

De eigen leerkracht blijft eindverantwoordelijk voor de leerling.

Tussentijds kunnen er ook leerlingen aangemeld worden. Deze leerlingen worden dan in

eerste instantie alleen met de intern begeleider besproken.

Tussentijds aangemelde leerlingen kunnen gedurende het lopende R.T.-rooster geen hulp van

de remedial teacher krijgen.

Als er n.a.v. de leerlingenbespreking besloten is een leerling te ondersteunen volgens

mogelijkheid twee of drie, dan moet de leerkracht contact opnemen met de ouders/verzorgers

en ze daarvan op de hoogte brengen. Dit moet gebeuren vóór het handelingsplan van start

gaat. De ouders ontvangen dan een ingevuld formulier Remedial Teaching (in tweevoud),

waarvan één exemplaar ondertekend moet worden geretourneerd.

De leerkracht noemt de duur van de behandelingsperiode en wat er wordt geoefend.

Een leerling krijgt voor het desbetreffende probleem nooit meer dan één periode hulp van de

remedial teacher.

Na die periode moet het kind verder in de groep, evt. m.b.v. een hulpprogramma.

Na een begeleidingsperiode van ongeveer zes weken in de eigen groep vindt er tijdens de

momenten dat er collectief in bouwgroepen aan handelingsplannen wordt gewerkt een

evaluatie van de handelingsplannen plaats. Voorts worden er tijdens deze vergadering de

leerlingen voor de volgende begeleidingsperiode geselecteerd.

Tijdens het I.B./R.T.-overleg evalueert de R.T.-er de handelingsplannen met de intern

begeleiders.

12

De intern begeleiders evalueren dit weer met de leerkracht en maken evt. afspraken over het

vervolg.

Stap 2

Als een kind in aanmerking komt voor aanmelding bij de PCL (of Eduniek) bespreekt de

leerkracht (evt. samen met de intern begeleider) de redenen van zorg met de ouders en vraagt

de ouders toestemming te geven voor de aanmelding.

Stap 3

De leerkracht vult het aanmeldingsformulier voor de PCL (of Eduniek) in en bekijkt dit nog

even samen met de intern begeleider. Het ingevulde aanmeldingsformulier gaat naar de

ouders ter inzage en ondertekening. De leerkracht verzorgt een kopie van het formulier in de

dossiermap van de leerling en geeft het van de ouders retour ontvangen origineel aan de intern

begeleider. Deze verstuurt het formulier naar de PCL (PCL Gooi en omstreken, Postbus 25

3738 JL Maartensdijk).De administratie van de PCL zit op het kantoor van Eduniek.

Stap 4

De PCL stuurt een ontvangstbevestiging met de datum van bespreking in het PCLintakecommissieoverleg.

De intakecommissie van de PCL bespreekt de mogelijkheden:

# verzoek aan de school om aanvulling van de aanmeldingsgegevens

# behandeling van de aanmelding door een PCL-staflid

# ambulante begeleiding

# overig advies, bv. directe aanmelding bij Bureau Jeugdzorg

Stap 5

Na ongeveer 14 dagen krijgt de school (schriftelijk) bericht welke beslissing de

intakecommissie heeft genomen t.a.v. de aanmelding. Indien besloten is tot behandeling van

de aanmelding door een PCL-staflid, wordt vermeld wie dit zal gaan doen. Ook de ouders

krijgen dit schriftelijk meegedeeld. Vervolgens neemt het PCL-staflid contact op met de

school en de ouders en stelt voor beiden een intakegesprek voor.

Vanuit Eduniek is de volgende procedure gebruikelijk:

1. Intakegesprek met de school, de ouders zijn door het PCL-staflid op de hoogte

gesteld van dit gesprek.

2. Intakegesprek met de ouders.

3. Bepalen van de te volgen strategie. Mogelijkheden zijn: direct bespreken van

handelingsgerichte adviezen, observatie in de klas, gesprekken tussen

school/ouders/Eduniek, didactisch onderzoek, intelligentie- en/of

persoonlijkheidsonderzoek.

4. Bespreking van de onderzoeksresultaten met school en ouders (meestal eerst

school, direct daarna worden de ouders bij dit gesprek op school uitgenodigd).

Tevens bespreken van de handelingsgerichte adviezen.

5a. De school stelt een plan van aanpak op. Uitvoering en evaluatie door school.

Evaluatie van het handelingsplan tijdens IB/Eduniek- overleg met de

leerlingbegeleider.

5b. Aanvragen van een beschikking bij de PCL-kerngroep (verwijzing SBO).

Als de PCL-kern een positieve beschikking afgeeft, zal de leerling dus niet bij ons op

school blijven en zullen we deze doorverwijzen naar het Speciaal BasisOnderwijs.

N.B. : Voordat we dit traject van aanmelding bij de PCL in kunnen gaan, zul je als

school eerst zelf aan moeten kunnen tonen, dat er al het nodige is gedaan om het

probleem op te lossen. Het is daarom dus echt noodzakelijk om de leerlingendossiers

zorgvuldig bij te houden !!!

13

Procedure bij aanmelding PCL of Eduniek.

#De school schakelt de PCL/Eduniek in bij zorg over een leerling d.m.v. het invullen van het

aanmeldingsformulier. (de PCL hanteert een ander formulier dan Eduniek !) Naast dit

formulier stelt de school een onderwijskundig rapport samen.

#Al deze schriftelijke informatie wordt ingezien door de ouder(s) van de leerling. De ouders

vullen ook hun deel van het aanvraagformulier in en ondertekenen deze.

#Dan wordt alles door de I.B.-er opgestuurd naar de PCL/Eduniek en besproken door de

intakecommissie.

# Degene, die het dossier gaat behandelen (onderzoeker) , neemt van tevoren contact op met

de betreffende leerkracht voor een intakegesprek.

# De leerkracht nodigt, indien nodig, de betreffende intern begeleider uit voor dit gesprek

(eigen verantwoording voor de school.)

# De leerkracht neemt, nadat dit gesprek heeft plaatsgevonden, contact op met de ouders.

Hij/zij nodigt hen uit voor een intakegesprek op school met de onderzoeker. De

leerkracht is in principe niet bij dit gesprek aanwezig, tenzij de reden van aanmelding

hiertoe aanleiding geeft.

# Na de twee intakegesprekken worden afspraken gemaakt met leerkracht en ouders over de

te volgen strategie (eerst observatie of vervolggesprek of individueel onderzoek.) Afspraken

worden op papier gezet (wie doet wat en waarom.)

# Wanneer de onderzoeker het tussentijds noodzakelijk acht, dat ouders informatie krijgen

over uitslagen of voortgang van het onderzoek, laat hij/zij dit eerst weten aan de

leerkracht/intern begeleider.

# Het eindgesprek met de leerkracht, de intern begeleider en de ouders heeft de volgende

opzet:

-De leerkracht leidt het gesprek in, herhaalt de hulpvraag en geeft aan waarom de

PCL/Eduniek is ingeschakeld.

-De onderzoeker licht de onderzoeksresultaten toe en geeft onafhankelijk advies.

-De school geeft een reactie op dit advies.

-De ouders geven een reactie op het advies.

-Vervolgafspraken worden op papier gezet en worden verwerkt in een eindverslag van

de PCL/Eduniek.

Procedure afspraken bij het I.B./Eduniek- overleg.

De intern begeleiders hebben regelmatig overleg (ongeveer eens in de twee maanden) met de

leerlingbegeleider van Eduniek (mevr. Elsbeth Hospes.)

# Een week vóór het geplande overleg geven de intern begeleiders per e-mail de

agendapunten door aan de leerlingbegeleider.

# Tijdens het overleg maken de intern begeleiders hun aantekeningen op het daarvoor

bestemde formulier.

# Na afloop van het overleg worden actiepunten en concrete afspraken opgeschreven en evt.

van elkaar gekopieerd/overgenomen.

14

# Er wordt geen uitgebreid verslag geschreven.

Remedial Teaching op onze school.

Remedial teaching en/of extra ondersteuning wordt op onze school voor een deel verzorgd

door de groepsleerkrachten in de eigen groep. Daarnaast is er op een aantal dagen beperkte

tijd beschikbaar voor remedial teaching of extra ondersteuning buiten de groep.

De R.T. buiten de groep wordt verzorgd door:

Monica Piek op de maandagmorgen, woensdagmorgen en vrijdagmorgen.

(de ochtenden van Monica Piek zijn inclusief de begeleiding van twee zgn. “rugzakleerlingen”!)

De extra ondersteuning wordt verzorgd door:

Jeannette de Ronden groep 3 om de week op maandag van 8.30-10.30 uur en

donderdag van 8.30-10.30 uur

Ron Boerebach groep 4 dinsdagmiddag

José Verheul groep 6 maandagmorgen en dinsdagmorgen

Annemieke de Wildt groep 6 dinsdag van 11.00-12.00 uur

Er wordt tot een handelingsplan overgegaan, wanneer een leerling op een leerlingvolgsysteem

toets een D- of een E score behaalt en/of bij opvallende problematiek binnen de groep.

De groepsleerkracht informeert de ouders hierover d.m.v. het invullen van het R.T. formulier.

Dit formulier wordt ondertekend door de ouder(s) en geretourneerd.

Na overleg/besprekingen met de groepsleerkrachten bepalen de intern begeleiders welke

kinderen er een periode R.T. zullen krijgen van de remedial teachers en welke kinderen er

door de groepsleerkracht remediërende hulp gaan krijgen.

Gedurende het schooljaar zijn er vier blokken van 6 weken, waarin (individuele) hulp

gegeven wordt.

Regelmatig is er overleg tussen de intern begeleiders en de remedial teachers (Zorgteam).

Tijdens dit zorgoverleg wordt de gang van zaken besproken en wordt er regelmatig geëvalueerd.

Taken Remedial Teacher:

#AVI-leestoetsen afnemen.

#ondersteunen bij toetsafname in groep 3 (AVI)

#groepsoverzichten maken van de AVI- toetsen.

#individuele hulp geven aan kinderen (zowel aan de uitschieters naar boven als naar beneden.)

#evt. een individueel programma maken voor de periode ná de R.T. in de groep.

#handelingsplan opstellen voor de kinderen, die in aanmerking komen voor R.T.

#uitgevoerde handelingsplannen evalueren met de intern begeleider(s).

Bewaren van de handelingsplannen.

Handelingsplannen, die door de leerkracht in de groep worden uitgevoerd worden bewaard

achter het desbetreffende tabblad in de zorgmap. Na afronding wordt het plan besproken met

de ouders (én ondertekend!). Daarna bergt de groepsleerkracht het handelingsplan op in

de snelhechter in het individuele leerlingendossier.

Handelingsplannen, die tijdens de R.T. buiten de groep worden uitgevoerd, worden bewaard

door de remedial teacher in het R.T. lokaal. Na afronding geeft de remedial teacher het

handelingsplan aan de intern begeleider en wordt deze besproken. De intern begeleider sluit

alles weer kort met de leerkracht. De groepsleerkracht bespreekt het plan met de ouders en

laat het plan ondertekenen. Daarna archiveert hij/zij het handelingsplan in het individuele

leerlingendossier.

Aangezien de R.T.-tijd op school erg beperkt is, komen alleen kinderen met een kortlopend,

duidelijk omlijnd handelingsplan in aanmerking voor remedial teaching.

15

Leeskliniek eigen school.

Vanaf 2010 zullen de vanuit ons Samenwerkingsverband opgezette Leesklinieken ophouden

te bestaan. Het is dus belangrijk om als school een goed functionerende leespilot te hebben.

Hierin wordt specifieke leeshulp gegeven aan kinderen met ernstige leesproblemen.

We zijn daarom in het schooljaar 2007-2008 van start gegaan met het inscholen van een

aantal collega’s met betrekking tot het opzetten van een eigen leespilot.

In het schooljaar 2008-2009 is dit afgerond en sinds eind juni 2009 hebben onze eigen

leespilot op school.

Er zijn twee leerkrachten op onze school, die dit uitvoeren en drie leerkrachten kunnen als

reserve ingezet worden:

1. Jeannette de Ronden

2. Annemieke de Wildt

3. Heleen Exel (reserve)

4. Trees van Wees (reserve)

5. Ron Boerebach (reserve)

Om een leerling aan te kunnen melden voor behandeling bij de Leeskliniek moet een leerling

aan bepaalde voorwaarden voldoen en wordt er een onderwijskundig rapport ingevuld. Dit is

een onderwijskundig rapport ontwikkeld voor onze eigen school (we gebruiken dus niet meer

het exemplaar van het Samenwerkingsverband!).

Er is op school een protocol interne Leeskliniek aanwezig, waarin o.a. de procedure voor

aanmelding wordt omschreven.

16

Binnen onze school werden we de afgelopen jaren steeds meer geconfronteerd met kinderen waarbij

het technisch lezen onvoldoende op gang kwam.

Om deze kinderen te helpen, zijn wij in augustus 2005 begonnen met een pilot van de

Leeskliniek op onze school. Vanaf augustus 2007 is deze pilot omgezet in een reguliere

voorziening van onze school.

De Leeskliniek wordt uitgevoerd door de leeskliniek-specialist. Zij/hij heeft een aantal keren

per jaar overleg met de andere leeskliniek-specialisten binnen het Samenwerkingsverband

‘Het Gooi en Omstreken”. Dit gebeurt onder leiding van de coördinator Leeskliniek Mw. G.

van Mill.

Uitgangspunt voor plaatsing in de Leeskliniek

. ‘Vroegtijdige interventie’: vooral voor kinderen in de groepen (3), 4 en 5 is deze

voorziening heel zinvol en belangrijk.

. De ervaring leert dat ouders hun kind graag willen helpen bij het lezen, maar vaak niet goed

weten hoe ze dat aan moeten pakken. De leeskliniek-specialist kan hen gerichte oefenvormen

aanbieden. Het meewerken van de ouders is een voorwaarde om in de Leeskliniek geplaatst te

kunnen worden.

. Plaatsing in de Leeskliniek blijft een bijzonderheid, waar consequenties aan vast zitten voor

leerkrachten, kinderen en hun ouders.Deze hebben betrekking op thuiswerk voor het kind,

hulp in de klas en aanpassingen in het werk in de klas van het betreffende kind door de

leerkracht.

Doelstelling van de leeskliniek

• Het bieden van een nieuwe impuls met betrekking tot het technisch lezen zodat het kind, nadat

de behandeling afgerond is, gemotiveerd en op eigen kracht verder kan.

• Twee avi niveaus op beheersingniveau vooruit komen.

Voor de aanmelding bij de leeskliniek

geldt de volgende procedure:

• Bij Technisch Lezen wordt er door de leerkracht gewerkt volgens het Protocol Dyslexie;

problemen worden zo vroegtijdig gesignaleerd.

• Als er leesproblemen zijn maakt de leekracht een handelingsplan voor hulp in de groep.

• Als die hulp ontoereikend is bespreekt de leerkacht dat met de intern begeleider.

De leerling komt in aanmerking voor remedial teaching.

• Wanneer de betreffende leerling, ondanks de extra inzet met behulp van handelingsplannen, al

dan niet met behulp van een RT-er binnen of buiten de groep, toch onvoldoende vorderingen

maakt in het Technisch Lezen, dan kan de leerkracht een aanvraag indienen voor het plaatsen

van de betreffende leerling op de wachtlijst van onze eigen Leeskliniek.

Protocol Interne Leeskliniek

Logo

School

17

• Voor de aanvraag voor plaatsing in de Leeskliniek gebruiken we een Onderwijskundig

Rapport, gebaseerd op het Onderwijskundig Rapport van de PCL. Deze wordt eerst door de

betreffende leerkracht ingevuld en daarna door de ouders van het betrefffende kind.

• De aanvragen worden beoordeeld volgens de PCL-criteria door de Intern Begeleider en de

leeskliniek-specialist.De criteria zijn:

- er is een duidelijke achterstand op het groepsniveau.

- de problemen zijn hardnekkig.

- er is minstens een half jaar intensief met handelingsplannen gewerkt.

- wanneer een kind zeer zwak op allerlei gebieden scoort dient in overweging genomen te

worden of de leeskliniek zinvol kan zijn.

. Wanneer de aanvraag door de Intern Begeleider en leeskliniek-specialist

gehonoreerd is, wordt het betreffende kind op de wachtlijst van onze Leeskliniek

geplaatst.

. De datum van plaatsing op de wachtlijst is bepalend voor de volgorde van plaatsing

in onze Leeskliniek.

Bij elke stap worden de ouders betrokken.

Voor de behandeling in de leeskliniek

geldt de volgende procedure:

• Wanneer het kind geplaatst is in de leeskliniek, neemt de leeskliniek-specialist contact op met

de ouders om een afspraak te maken.

• Voor de eerste sessie in de Leeskliniek worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek. In dit

gesprek wordt de werkwijze van de leesspecialist in de Leeskliniek uitgelegd en wordt

medegedeeld wanneer het kind behandeld gaat worden.

• Ouders gaan bij plaatsing in de Leeskliniek akkoord met de dagelijkse ondersteuning van hun

kind bij het thuiswerk. Ook in vakanties lezen zij met hun kinderen. Er wordt evt. gekozen om

per week twee vrije dagen te nemen waarin er dus niet geoefend hoeft te worden. Er wordt zo

nodig een contract ondertekend.

• De behandeling vindt 2 maal per week plaats; in de afbouwfase wordt dit teruggebracht naar 1

maal per week. Een sessie duurt 40 – 45 minuten.

• Er wordt o.a. gewerkt aan de motivatie. Dit is een zeer belangrijk onderdeel. Als een kind

goed gemotiveerd is, wil het zelf graag oefenen met lezen. Verder wordt het lezen op veel

manieren geoefend en worden er ook leesspelletjes gedaan.

• Na 9 sessies volgt een toetsing en evaluatie. Op basis hiervan wordt besloten of het kind

doorgaat of stopt met de behandeling.

• De leeskliniek-specialist maakt een verslag in drievoud na elke toetsing: een voor de ouders,

een voor de leerkracht van het kind en een voor de Interne Begeleider.

• De sessies 25 en 40 zijn toetslessen.

• Wanneer het kind bijna 2 AVI-niveaus verder is, wordt de behandeling teruggebracht naar 1

maal per week. Na 45 sessies, of wanneer het kind 2 AVI beheersing niveaus verder is, wordt

de behandeling afgesloten.

• Afsluiten van de behandeling gebeurt op basis van een door de leeskliniek-specialist opgesteld

eindverslag, waarin o.m. aanbevelingen staan voor de verdere begeleiding van het betreffende

kind in de groep en in de thuissituatie.

• Na afloop van de behandeling in de Leeskliniek, vullen de leerkracht en ouders ieder een

evaluatie-formulier in.

18

Protocol leesproblemen en dyslexie op “De Terp”

Onderwijs aan kinderen met leesproblemen.

Hoe eerder leesproblemen kunnen worden opgespoord, hoe groter de kans is dat een

interventieprogramma succes heeft.

Tijdige signalering is dus gewenst. Voorkomen is beter dan genezen.

De meeste zwakke lezers kampen met decodeerproblemen. Zij hebben problemen met het

omzetten van een geschreven letterreeks in de corresponderende klankcode. In de praktijk uit

dit zich in radend en spellend lezen.

Leesproblemen en spellingproblemen gaan in de praktijk vaak samen. Deze problemen zijn

het gevolg van een onvolledige en/of moeizame automatisering van het lees- en

spellingproces.

In de kleuterperiode kunnen problemen met de fonologische verwerking reeds worden

gesignaleerd. In groep 3 kan echter pas vastgesteld worden in hoeverre er sprake is van

problemen in het lees- en spellingproces zelf.

Ook in met name de groepen 4 en 5 is het van belang om het lees- en spellingproces van

leerlingen nauwkeurig te diagnosticeren.

Dyslexie veronderstelt dat er sprake is van een hardnekkig probleem in de automatisering

op woordniveau. Dit probleem is resistent tegen planmatige, systematische en taakgerichte

hulp door de leerkracht en de R.T.-er, I.B.-er, gespecialiseerde logopedist of andere

leesdeskundige op school.

We kunnen echter wel veel leesproblemen voorkomen of oplossen en de gevolgen van

dyslexie beperken door de begeleiding in de onderwijspraktijk te intensiveren en effectiever te

maken en beter samen te werken met specialisten op het gebied van dyslexie.

Preventie van lees- en spellingproblemen in groep 1 en 2.

Kinderen moeten zich bewust worden van de relatie tussen gesproken en geschreven taal.

Ze moeten een zekere mate van taalbewustzijn en fonemisch bewustzijn ontwikkelen.

Kleuters die geen belangstelling hebben om te leren lezen of schrijven, ontwikkelen vaak pas

een fonemisch bewustzijn op het moment dat ze in groep 3 komen en formele leesinstructie

krijgen.

De drie belangrijkste vaardigheden die kinderen verwerven wanneer ze een fonemisch

bewustzijn hebben en die een directe relatie hebben met leren lezen zijn:

1. auditieve analyse op klankniveau (“hakken”)

2. auditieve synthese op klankniveau (“plakken”)

3. letters benoemen

Met tijdige signalering en interventie in de kleutertijd op het gebied van fonologie kunnen bij

veel kinderen leesproblemen op latere leeftijd worden voorkomen. Daarom is het van belang

om bij kleuters al aandacht te besteden aan kleine hiaten in de ontwikkeling van geletterdheid

19

en dus extra aandacht te besteden aan kleuters die om wat voor reden dan ook dreigen achter

te raken in de ontwikkeling van beginnende geletterdheid.

Deze extra begeleiding kan het beste individueel of in kleine groepjes plaatsvinden.

Risicokleuters profiteren namelijk onvoldoende van taalspelletjes in de grote groep; zij

hebben gerichte, directe instructie nodig.

Kinderen moeten veel ervaringen opdoen met boeken en verhalen.

Regelmatig interactief voorlezen is dus van groot belang.

Experimenteren met letters is een belangrijke voorbereiding op het leren lezen en schrijven.

Bij kleuters moet al zoveel mogelijk gesproken en geschreven taal gecombineerd worden in

activiteiten rond geletterdheid.

Bij risicokleuters blijken schrijfactiviteiten een positief effect te hebben op het aanvankelijk

leesproces in groep 3. Door die schrijfactiviteiten zinvol te maken, raken kinderen meer

gemotiveerd om te schrijven en zien ze dat het nut heeft om het te leren.

Een andere manier om de koppeling tussen gesproken en geschreven taal te stimuleren, is om

bij de werkstukken die de kleuter maakt te schrijven wat hij erover te vertellen heeft.

Signalering van risicokleuters is belangrijk. Het is verstandig om bij alle leerlingen in de

tweede helft van groep 2 na te gaan of ze hele woorden kunnen maken van losse klanken.

Aangeraden wordt om kleuters met een zwak fonemisch bewustzijn activiteiten aan te bieden

waarmee ze hun fonologische vaardigheden en letterkennis kunnen ontwikkelen om

mogelijke problemen met leren lezen in groep 3 zoveel mogelijk te voorkomen.

Raadzaam hierbij is het om op een speelse manier, ingebouwd in betekenisvolle activiteiten,

aandacht te besteden aan de twee vaardigheden in combinatie met letterkennis om ze zoveel

mogelijk voor te bereiden op het leren lezen. (niet trainen, maar spelenderwijs stimuleren).

Kleuters die expliciete instructie krijgen in de klankstructuur van de taal en tegelijkertijd de

bijbehorende letters aangeboden krijgen, blijken minder moeite te hebben met leren lezen en

zijn op den duur de betere lezers.

Bij kleuters is het vooral van belang dat ze ontdekken dat woorden zijn opgebouwd uit

klanken en dat letters met die klanken corresponderen (klank-tekenkoppeling).

Kleuters leren niet alleen relaties leggen tussen klanken en letters, maar hetgeen zij hebben

geleerd over geschreven taal weten ze ook toe te passen in functionele contexten (briefjes,

labels, naamkaartjes,…)

Het is goed om te weten hoeveel en welke letters kinderen al in groep 2 verwerven.

Bij kinderen die niet uit zichzelf experimenteren met letters, is het van belang voor het leren

lezen in groep 3, dat ze daarin worden gestimuleerd. Met name risicokleuters hebben er

belang bij met zoveel mogelijk letterkennis naar groep 3 te gaan.

De activiteiten moeten dan wel speels zijn en niet eisend. Het is raadzaam om de letter in

combinatie met een concrete afbeelding aan te bieden en gedurende enige tijd steeds één letter

centraal te stellen.

Maak aan het eind van groep 2 een overzicht van de letterkennis van alle kleuters en geef

deze informatie door aan de leerkracht van groep 3.

20

Stappenplan voor groep 2

Moment

in de tijd

Actie door de leerkracht,( IB en RT) Uitwerking

in protocol

Stap 1 aug – juni Werken volgens aanpak van José Schraven;

aanbieden van zoveel mogelijk letters.

Hanteren leerstofaanbod taal/lezen.

(zie bijlage 1)

Stap 2 januari Meetmoment 1:

kleuterscreening dyslexie afnemen

vaststellen risicoleerlingen

§2.3.3

(zie ook de map

kleutersignalering

dyslexie)

Stap 3 februari

t/m mei

Interventieperiode: auditieve analyse en synthese

handelingsplan in de groep (opgesteld en uitgevoerd door

de leerkracht) voor de risicoleerlingen:

-beginklanken

-auditieve analyse en synthese

§2.3.4

Stap 4 juni Meetmoment 2:

herhaling kleuterscreening dyslexie voor de

risicoleerlingen

Letterkennis toetsen voor alle leerlingen

(grafementoets)

DMT kaart 1 bij volledige geautomatiseerde letterkennis

(alle grafemen goed binnen 40-50 sec.)

Avi kaart M3 (en verder) bij voldoende score op de DMT

(minimaal 18 woorden goed)

§2.5

(zie ook de map

kleutersignalering

dyslexie)

21

Bijlage 1:

“Zo leer je kinderen lezen en spellen” (José Schraven)

De doorgaande lijn van groep 2 naar groep 3

Doel van deze methodiek is het voorkómen van lees- en spellingsachterstanden.

Het is van belang hier preventief mee aan de gang te gaan, beginnend in de kleutergroepen.

In de kleutergroep staat het fonemisch bewustzijn centraal. Kernonderdelen daarbij zijn:

1. auditieve analyse

2. auditieve synthese

3. klankgebaren

Het is met name voor de zwakke oudste kleuters belangrijk op deze onderdelen van het fonemisch bewustzijn

structureel te oefenen:

*meerdere korte momenten per week

*met klankzuivere woorden

*met éénlettergrepige woorden

Aan het eind van groep 2 (bij de overgang naar groep 3) moeten alle kinderen de analyse en

synthese van MKM-woorden beheersen!

Tips voor de leerkrachten van de kleutergroepen:

1. Bied medeklinkers én klinkers aan.

2. Bij het aanbieden van een lange klank (aa-ee-oo-uu) schrijf je alleen klankzuivere woorden op!

3. Bied de kleuters zoveel mogelijk letters aan (10 is wat weinig).

4. Als er kinderen zijn, die (door de spreektaal of achtergrond) moeite hebben met de juiste uitspraak van

een klank, bied je ook een tweetekenklank aan (bv. /i/ wordt /ie/).

5. De gebarenhand voor de kinderen is de linkerhand; wees hierin consequent! (laat hun rechterhand onder

hun bil stoppen)

6. Ook bij de kleuters is het belangrijk bij het maken van de gebaren een frontale opstelling te hebben

(kinderen liever niet tegenover elkaar).

7. Benadruk alleen beginklanken en géén midden- en eindklanken.

8. Wissel “koor”activiteiten af met individuele beurten. (bv. eerst een kind alleen een woord laten analyseren,

daarna gezamenlijk).

9. Bij het auditief analyseren en daarna synthetiseren van een woord is het belangrijk tot slot alsnog de

beginklank te herhalen (bv. /w-ee-g/ > /weeg/ > /w/).

10. Maak de “hakbeweging” op en tussen de knieën.

11. verlengde klankwaarde is belangrijk; ga dus “zingend” synthetiseren.

12. “Plofletters” (p/b/d), stemloze letters (h/j) en letters als de /k/t/ kun je met zingend lezen moeilijk

verlengen. Deze letters mag je gelijk koppelen aan de volgende klank.

13. Maak n.a.v. je thema een woordveld en orden de klankzuivere themawoorden in niveaus: /mkm/ /mmkm/

/mkmm/. Deze woorden kun je dan gebruiken bij het oefenen van de auditieve analyse en auditieve

synthese. Per kind kan dan het passende niveau geoefend worden!

14. Besteed ook aandacht aan meervoudsvormen, vooral woorden met de eind –t bij de enkelvoudsvorm (bv.

hoed/hoeden).

N.B.: In januari nemen we bij alle oudste kleuters de kleuterscreening dyslexie af (volgens het model van Anneke

Smits). Daarna is er een interventieperiode voor de risicoleerlingen. In juni herhalen we de screening nogmaals bij

die risicoleerlingen.

22

Vroegtijdige onderkenning en interventie in groep 3

Het kost veel kinderen moeite de alfabetische structuur van ons schriftsysteem te leren

doorzien. Leren lezen veronderstelt dan ook een hoge mate van fonologisch bewustzijn bij

kinderen. Daarom is het voor veel kinderen noodzakelijk dat ze in groep 3 systematisch

leesonderwijs krijgen.

Aan het begin van groep 3 hebben leerkrachten te maken met een grote mate van variatie in

ontwikkeling van kinderen.

In het eerste half jaar van groep 3 ligt de nadruk op het toepassen van de basistechnieken (de

elementaire leeshandeling en de elementaire spelhandeling) bij het aanleren van alle

mogelijke letter-klankcombinaties die er zijn.

Daarna wordt de nadruk verlegd naar het snel en accuraat uitvoeren van de leeshandeling met

steeds complexere woordstructuren en krijgt ook het schrijven meer aandacht. De leessnelheid

neemt toe en er is sprake van automatisering en directe woordidentificatie. Daardoor ontstaat

er ruimte voor tekstbegrip en kan het kind gaan begrijpend lezen.

Zwakke lezers moeten al hun aandacht richten op het verklanken van wat er staat en raken

daardoor de draad kwijt van een verhaal. De begeleiding zal daarom in groep 3 met name gericht

zijn op de letterkennis en het versnellen van het leesproces, ter bevordering van het leesbegrip.

Leesonderwijs in groep 3

Eerste fase van het leesonderwijs.

In het eerste half jaar ligt de nadruk op het vergroten van het fonemisch bewustzijn, het

opbouwen van letterkennis en het aanleren van de elementaire lees- en spelhandeling. De

leerkracht observeert niet alleen de leesvaardigheid, maar ook het leesproces (bv. strategieën)

en de leesmotivatie.

Ook in groep 3 speelt boekoriëntatie een grote rol. Kinderen met leesproblemen laten we

nooit onvoorbereid een tekst lezen.

Er worden nu vooral eisen gesteld aan de letterkennis, het lees- en schrijfniveau en de

ontwikkeling van fonologische vaardigheden.

Technisch en begrijpend lezen worden vanaf het begin geïntegreerd. Dit vergemakkelijkt het

gehele proces van leren lezen.

Voor het vroegtijdig signaleren van decodeerproblemen is het van belang na te gaan of de

leerlingen naast de woorden die in de methode aan bod komen, ook nieuwe klankzuivere

woorden kunnen lezen.

Bij potentieel dyslectische kinderen moet de leerkracht erop bedacht zijn dat zij hun

leesprobleem kunnen camoufleren door de aangeboden woordbeelden uit het hoofd te leren of

al in een vroeg stadium andere compensatiestrategieën gebruiken.

In de herfstsignalering zijn toetsen opgenomen, die nagaan of kinderen naast de woorden uit

de methode ook afgeleide en nieuwe woorden kunnen lezen.

Veel beginnende lezers kunnen woordbeelden beter onthouden wanneer ze een woord

simultaan schrijven en uitspreken. Het beste is om kinderen de kleine leesletters te leren die

ook in de leesmethode voorkomen. Aangeboden letters moeten ook direct geschreven

worden, bij voorkeur in een betekenisvolle schrijfactiviteit.

23

Navertellen of schrijven van een verhaal dat de leerling gelezen heeft is zinvol, omdat het

leerkrachten zicht geeft op de vraag in hoeverre de leerling begrepen heeft wat hij heeft

gelezen. Het gaat hierbij dus altijd om de inhoud en niet om de vorm. Ter afwisseling kan het

verhaal ook nagespeeld worden. In de begeleiding is het van belang te weten hoe

gedetailleerd je samen met een kind kan praten over een tekst.

Voortgezet lezen en schrijven.

Het is van belang dat het arsenaal van woordidentificatietechnieken wordt uitgebreid. Met het

oog op een versnelling van het leesproces is het noodzakelijk dat kinderen leren gebruik te

maken van de context en van zinspatronen waarin woorden voorkomen. Ter ondersteuning

van het leesproces leren kinderen ook woorden vlot te schrijven.

Begrijpend lezen en schrijven.

In deze periode wordt in de instructie veel aandacht besteed aan het begrijpen van teksten en

aan het zelf maken en waarderen van teksten. Daarbij is de instructie gericht op het gebruik

van geschreven taal als communicatiemiddel. Het scheppen van een goede leesmotivatie is

daarbij in het geding.

Belangrijke basisprincipes.

Instructief leren speelt een belangrijke rol. Relatief gesloten leersituaties nemen een centrale

plaats in. Interventies voor kinderen met leesproblemen zijn er in de regel op gericht om

bepaalde delen van de leerstof te herhalen of om basisvaardigheden te oefenen. Betekenisvol

leren, sociaal leren en strategisch lezen en schrijven zijn de sleutelwoorden voor

effectieve leesbegeleiding. Deze drie principes moeten zoveel mogelijk worden toegepast in

de oefenvormen die er zijn voor leerlingen die moeite hebben met leren lezen.

1.Betekenisvol leren houdt in dat letters en woorden niet in ‘droge’ rijtjes zonder context en

zonder uitleg van het doel van de oefening worden aangeboden. Een leerling moet weten

waarom hij iets leert, zodat hij uiteindelijk een gemotiveerde en zelfstandige lezer wordt. De

leerling heeft inzicht in zijn eigen lees- en schrijfprestaties, kan hierop reflecteren, ziet het nut

in van de extra oefening, ziet vooruitgang en heeft ook een reëel beeld van zijn

mogelijkheden.

Belangrijke aspecten bij betekenisvol leren zijn, naast natuurlijk het verbeteren van de

leesvaardigheid, motivatie om te lezen en reflectie op het eigen leesproces en leesprestaties.

In de begeleiding is het van belang om de motivatie continu in de gaten te houden.

Motivatie kan op verschillende manieren gestimuleerd worden:

1.bewustwording (van het leesprobleem)

2.feedback

3.aanpak (geef kinderen inspraak)

4.materiaal (zelfgekozen boeken)

De methodiek “lezen-oefenen-lezen” blijkt zeer effectief te zijn als interventie, met name het

herhaald lezen na het oefenen.

Zwakke lezers zijn vaak niet in staat uit zichzelf de geoefende vaardigheden toe te passen in

een bredere of andere context en hebben er baat bij om die zogenaamde transfer met hulp van

de leerkracht te maken.

2.Sociaal leren: door met elkaar interactie te hebben, kan de leerkracht erachter komen wat

leeft bij het kind, hoe hij tegen leren lezen aankijkt en wat hij moeilijk vindt. Bovendien leert

de leerling reflecteren op zijn eigen werk, wat een belangrijke voorwaarde is om uiteindelijk

een zelfstandige lezer te worden.

24

3.Strategisch lezen en schrijven: bewust of onbewust maken lezers gebruik van strategieën,

zoals spellen, kijken naar de illustratie, raden of overeenkomsten zoeken in een ander woord.

Beginnende lezers gebruiken meestal alleen de spellende strategie en de illustraties. In de

begeleiding van zwakke lezers is het zaak de spellende strategie te versterken. In een later

stadium kunnen andere strategieën expliciet worden aangeleerd. De nadruk blijft echter steeds

liggen op het woordidentificatieproces. Dat betekent dat wanneer een woord op basis van

context of illustratie is geraden, het gedrukte woord daarna ook echt bekeken en gelezen moet

worden, zodat het woordbeeld opgeslagen wordt in het geheugen.

Typen interventies.

1.Vinger aan de pols:

De problemen zijn beperkt. De leerling gaat langzaam maar zeker vooruit en kan de

groepslessen zonder extra begeleiding volgen. De leerkracht kan het nog opvangen door

minimaal één keer per week de leesprestaties en het leesgedrag te observeren en preventief te

checken.

2.Interventie door de leerkracht:

De leerling gaat vooruit, maar loopt een steeds grotere achterstand op.Hij krijgt gedurende

langere tijd extra begeleiding van de leerkracht gericht op een specifiek aspect van het

leesproces en op voorbereidingen van de groepsleeslessen (verlengde instructie).

3.Interventie door de leesspecialist:

De leerling gaat matig vooruit, maar er is nog wel een stijgende lijn. De leesspecialist

begeleidt de leerling één op één en stemt de begeleiding af op de groepslessen

(interventieperiode tussen de signaleringsmomenten).

4.Interventie door de leesspecialist/inschakelen extern deskundige (diagnostisch onderzoek):

De leerling gaat niet of onvoldoende vooruit. Ondanks alle extra begeleiding blijft de

letterkennis zwak en gaat het decoderen moeizaam (spellend of radend lezen). Er zou sprake

kunnen zijn van dyslexie. Uitgebreider diagnostisch onderzoek is noodzakelijk door een

specialist. In overleg met de schoolbegeleider kan het vervolgtraject bepaald worden.

Daarnaast is er de mogelijkheid de leerling aan te melden bij de Leeskliniek eigen school voor

intensieve behandeling, mits er minimaal een half jaar R.T. is gegeven m.b.v.

handelingsplannen.

Het protocol voor groep 3

Beginsituatie vastleggen:

Aan het begin van het schooljaar stelt de leerkracht voor elk kind vast hoe groot zijn

letterkennis is, of de fonologische vaardigheden voldoende zijn ontwikkeld en in hoeverre een

leerling al kan ezen (eindevaluatie groep 2). Risicokinderen worden nu al gesignaleerd. Als

er in groep 2 al volgens het protocol is gehandeld, hoeft na de zomer alleen nog de

letterkennis nagegaan te worden.

Meetmoment 1:

Rond de herfstvakantie (na ± zes weken leesonderwijs, vlak vóór of één week na de vakantie)

brengt de leerkracht de leesontwikkeling van alle leerlingen in kaart d.m.v. de herfstsignalering.

25

Hiaten die niet met de methodegebonden toetsen en in observaties aan het licht gekomen zijn,

zullen met deze toetsen over het algemeen wel opvallen.

De toetsen worden in principe afgenomen door de leerkracht en nemen ongeveer 20 minuten

per leerling in beslag.

VLL herfstsignalering (letterkennis, synthesewoorden, wisselwoorden, zinnen, letterdictee)

Interventieperiode 1:

In de periode van oktober tot februari wordt er extra hulp geboden aan de zwakke lezers op

het gebied van de elementaire leeshandeling (zwakke decodering). Alle leerlingen die op één

of meerdere toetsen zijn uitgevallen, hebben extra aandacht nodig. Alle risicokinderen

worden besproken en voor degenen, die extra leesbegeleiding gaan krijgen, wordt er een

handelingsplan opgesteld. Er zullen er ook kinderen in aanmerking komen voor verlengde

instructie (“ster”).

Meetmoment 2:

Rond februari zijn alle klank-tekenkoppelingen behandeld en beheersen kinderen de

elementaire leeshandeling. Bij deze wintersignalering wordt bij alle leerlingen nagegaan in

hoeverre de letterkennis bij het kind volledig is en in hoeverre de elementaire leeshandeling

in al zijn facetten wordt beheerst. Ook hier geldt dat de toetsen in principe door de leerkracht

worden afgenomen.

VLL wintersignalering (lettertoets, fonemendictee, DMT kaart 1, leestekst)

Cito Spelling M3

Interventieperiode 2:

De aandacht is met name gericht op het opbouwen van een volledige letterkennis en het

verbeteren van de decodeervaardigheden. De leessnelheid gaat steeds meer een rol spelen.

Meetmoment 3:

Eind maart/begin april wordt er door de leerkracht de lentesignalering bij alle leerlingen

afgenomen met als doel de decodeervaardigheden te toetsen en de effecten van de begeleiding

van de risocoleerlingen in de voorafgaande periode te evalueren. Snelheid, automatisering en

decoderen staan centraal. Handelingsplannen kunnen nu eventueel bijgesteld worden.

VLL lentesignalering (DMT kaart 1 en 2, spellingtoets)

AVI leestoetsen

Interventieperiode 3:

Vervolg op interventieperiode 2 en steeds meer gericht op de automatisering van het

leesproces.

Meetmoment 4 en Eindevaluatie:

Eind mei is er een belangrijk toetsmoment voor alle leerlingen. Met de eindsignalering

worden verschillende deelvaardigheden getoetst en vergeleken met de resultaten van de

voorgaande signaleringen.

26

VLL eindsignalering (DMT kaart 1, 2 en 3, spellingtoets)

AVI leestoetsen

Cito Spelling E3

Cito Begrijpend lezen E3

Aanvullend op deze toetsen gaat de leerkracht bij de zwakke lezers de letterkennis en de

auditieve vaardigheden na.

De leerkracht brengt de leesontwikkeling van alle leerlingen gedurende groep 3 in kaart door

middel van een individuele computeruitdraai van de resultaten van alle VLL signaleringen

en toetsen. Deze gegevens worden individueel opgeborgen in de leerlingdossiers.

De leerkracht (/leesspecialist) evalueert daarnaast de opbrengsten van de interventies bij de

zwakke lezers en legt de gegevens vast in een eindverslag. Alle bijbehorende

handelingsplannen worden ook opgeborgen in de leerlingdossiers.

Handelingsadviezen voor de leerkracht van groep 4 worden geformuleerd en er vindt een

overdrachtsgesprek plaats.

De gegevens worden op deze manier solide overgedragen naar de volgende groep.

Op dit tijdstip kan ook worden vastgesteld bij welke (risico)leerling de aard van de

leesproblemen dermate groot en hardnekkig blijkt, dat het predikaat “dyslexie” mogelijk van

toepassing is. Overwogen kan worden deze leerling aan te melden bij de Leeskliniek eigen

school voor intensieve behandeling.

27

Stappenplan voor groep 3

Moment

in de tijd

Actie door de leerkracht,( IB en RT) Uitwerking

in protocol

Stap 1 aanvang

groep 3

Beginsituatie vastleggen van alle leerlingen (n.a.v. de

overdracht groep 2); aanvang leesonderwijs

Het hele jaar werken volgens aanpak José Schraven.

§3.3.1

§3.3.2

zie methodiek

Stap 2 oktober Meetmoment 1: VLL herfstsignalering (alle lln.)

(letterkennis, synthesewoorden, wisselwoorden,

zinnen, letterdictee)

Lees- en schrijfvaardigheden toetsen van alle leerlingen;

Inventariseren risicoleerlingen.

Handelingsplan opstellen voor deze zwakke leerlingen.

Inventariseren “ster”-leerlingen i.v.m. verlengde instructie in

de groep.

§3.4

§3.4.1

§3.4.2

Stap 3 okt. – feb.

Interventieperiode 1: elementaire leeshandeling

§3.5

Stap 4 februari Meetmoment 2: VLL wintersignalering (alle lln.)

(lettertoets, fonemendictee, DMT kaart 1, leestekst)

+ Cito Spelling M3

Lees- en spellingvaardigheden toetsen van alle leerlingen;

Effect interventie van zwakke leerlingen vaststellen en

handelingsplan bijstellen.

§3.6

§3.6.1

§3.6.2

Stap 5 feb. – maart Interventieperiode 2: volledigheid letterkennis en

decodeersnelheid

§3.7

Stap 6 eind maart Meetmoment 3: VLL lentesignalering (alle lln.)

(DMT kaart 1, DMT kaart 2, spellingtoets)

+ AVI leestoetsen

Effect interventie van zwakke leerlingen vaststellen en

handelingsplan bijstellen.

§3.8

§3.8.1

§3.8.2

Stap 7 maart – mei Interventieperiode 3: automatisering van het leesproces

§3.9

Stap 8 eind mei /

begin juni

Meetmoment 4: VLL eindsignalering (alle lln.)

(DMT kaart 1, DMT kaart 2, DMT kaart 3, spellingtoets)

+ AVI leestoetsen

+ Cito Spelling E3

+ Cito Begrijpend lezen E3

Lees- en schrijfvaardigheden toetsen van alle leerlingen;

Eindsituatie en effecten van de interventies vastleggen in

leerlingrapport;

Advies begeleiding in groep 4 formuleren en bespreken met

de leerkracht van groep 4.

§3.10

§3.10.1

§3.10.2

§3.10.3/4

28

Onderkenning en aanpak van leesproblemen in groep 4

aandacht steeds meer kunnen richten op de betekenis van geschreven taal, begint de tweede

fase van het leren lezen: het voortgezet lezen. Als kinderen toe zijn aan voortgezet lezen

beheersen ze de technische leesvaardigheden in belangrijke mate en kunnen ze hun aandacht

meer gaan richten op het leren begrijpen van de betekenis, inhoud en bedoeling van een tekst.

In groep 4 neemt de complexiteit van het leesproces toe. Begrijpend lezen neemt een centrale

plaats in, hoewel (voortgezet) technisch lezen nog steeds een belangrijk aandachtspunt blijft.

Kinderen met technische lees/spellingproblemen hebben vaak moeite met begrijpend lezen en

schrijven.

Zwakke lezers verdienen extra aandacht, omdat ze anders vastlopen in de begrijpend

leeslessen en de zaakvakken. Oplopende frustraties bij leertaken spelen bij kinderen met

hardnekkige lees- en spellingproblemen parten en sommige kinderen zullen hierdoor ander

probleemgedrag ontwikkelen. Er zullen ook kinderen zijn die in groep 3 aardig mee konden

komen, maar in groep 4 ineens problemen krijgen. Bij een toenemende complexiteit van de

woorden en teksten hebben zij bij nader inzien toch geen sterke decodeervaardigheden

ontwikkeld. Er zullen ook relatief intelligente leerlingen zijn die ineens in groep 4 problemen

krijgen met spelling. Kinderen met een beperkte woordenschat krijgen ineens moeite met het

begrijpen van teksten.

Kortom, in groep 4 zijn er verschillende risicogroepen. Leerkrachten moeten er voor zorgen

dat zoveel mogelijk kinderen het alfabetisch principe alsnog onder de knie krijgen. Dat

betekent goede lees- en spellinginstructie die aansluit bij het niveau dat de leerling op dat

moment heeft.

Zwakke lezers uit groep 3 zijn:

1. leerlingen met matige lees- en/of spellingproblemen. Zij hadden al leesproblemen in

groep 3, profiteerden van de extra begeleiding, maar lazen eind groep 3 nog niet

volledig op groepsniveau. De leerkracht stelt in samenspraak met de I.B.-er vast in

hoeverre extra begeleiding nodig is.

2. leerlingen met ernstige lees- en/of spellingproblemen. Aan het eind van groep 3 is al

hardnekkigheid vastgesteld. Ondanks intensieve en gerichte begeleiding behoorden ze

tot de 10 % zwakst scorenden op landelijk genormeerde toetsen. In groep 3 konden de

leesproblemen soms nog worden gecompenseerd, maar in groep 4 zal dat vaak niet

meer gaan. Specialistische en/of externe behandeling is voor deze kinderen nodig (bv.

P.I., Leeskliniek, Stichting Taalhulp).

Verder zijn er nog leerlingen met een specifieke uitval. Je moet dan denken aan kinderen met

spraak-taalontwikkelingsstoornissen of kinderen met autistiform gedrag. Ook ADHD en

dyslexie komen vaak samen voor.

Een andere potentieel zwakke groep zijn de leerlingen die groep 3 hebben gedoubleerd met

als belangrijkste reden hun problemen met leren lezen. Ondanks de opgebouwde goede basis

in groep 3 krijgen zij mogelijk weer nieuwe problemen in groep 4.

Belangrijke informatie voor de leerkracht van groep 4 is of deze leerling:

1. volledige letterkennis heeft

2. accuraat en snel woorden kan decoderen

3. een redelijk niveau van tekstbegrip heeft

4. extra leesbegeleiding heeft gekregen en wat de effecten daarvan waren

In geval van extra leesbegeleiding in groep 4 kan dan hierop het handelingsplan goed worden

afgestemd. In geval van leesachterstand wordt na de zomervakantie onmiddellijk gestart met

interventie.

29

Stappenplan voor groep 4

Moment

in de tijd

Actie door de leerkracht,( IB en RT) Uitwerking

in protocol

Stap 1 aanvang

groep 4

Beginsituatie vastleggen van alle leerlingen (n.a.v. de

overdracht van groep 3); aanvang voortgezet technisch

leesonderwijs

§4.3.1

Stap 2 aanvang -

oktober

Interventieperiode 1:

Beheersingsniveau AVI 0 – 1 = herhaling instructie VLL kern

10 t/m 12.

Beheersingsniveau AVI 2 + hoger = aanpak volgens Estafette.

Inzetten van de methodiek van José Schraven voor de hele

groep.

§4.4

(zie: VLL)

(zie: Estafette +

spellingmethodiek

José Schraven)

Stap 3 oktober Meetmoment 1: leesvaardigheden alle leerlingen

Cito DMT + AVI leestoetsen

Effect interventie van zwakke leerlingen vaststellen en

handelingsplan bijstellen.

§4.3.2

Stap 4 oktober –

januari

Interventieperiode 2

Aanpak volgens Estafette en inzetten van de methodiek van

José Schraven voor de hele groep.

§4.4

(zie: Estafette +

spellingmethodiek

José Schraven)

Stap 5 2e helft

jan. –

1e helft

feb.

Meetmoment 2:lees- en spellingvaardigheden alle leerlingen

Cito DMT + AVI leestoetsen

Cito Begrijpend lezen M4

Cito Spelling M4

Effect interventie van zwakke leerlingen vaststellen en

handelingsplan bijstellen.

§4.3.3

Stap 6 februari -

eind

maart

Interventieperiode 3

Aanpak volgens Estafette en inzetten van de methodiek van

José Schraven voor de hele groep.

(zie: Estafette +

spellingmethodiek

José Schraven)

Stap 7 eind

maart

Meetmoment 3:leesvaardigheden zwakke leerlingen

Cito DMT

Effect interventie van zwakke leerlingen vaststellen en

handelingsplan bijstellen.

§4.3.4

Stap 8 april – mei Interventieperiode 4

Aanpak volgens Estafette en inzetten van de methodiek van

José Schraven voor de hele groep.

§4.4

(zie: Estafette +

spellingmethodiek

José Schraven)

Stap 9 eind mei /

half juni

Meetmoment 4: lees- en spellingvaardigheden alle leerlingen

Cito DMT + AVI leestoetsen

Cito Begrijpend lezen E4

Cito Spelling E4

Eindevaluatie: effecten van de interventies vastleggen.

Beginsituatie groep 5 vastleggen in “Formulier

groepsoverdracht”.

§4.3.5 + §4.3.6

30

Kinderen met leesproblemen in groep 5 – 8

Leesproblemen kunnen voor een belangrijk deel in de onderbouw worden voorkomen en

verholpen. Dat dat ook daadwerkelijk gebeurt is van essentieel belang, omdat vroegtijdig

ingrijpen bij leesproblemen het meest effectief is. Echter, bij de meeste leerlingen met

ernstige leesproblemen is voortzetting van de begeleiding in de bovenbouw nodig, ofwel om

hun met moeite behaalde leesniveau te handhaven, ofwel om het leesniveau te verhogen.

Bovendien ondervinden sommige leerlingen pas in de hogere jaargroepen problemen met

lezen.

In de hogere groepen gaat de ontwikkeling van de technische leesvaardigheden door, maar in

een beduidend lager tempo.Aan het eind van groep 6 lezen de meeste leerlingen op AVI-plus.

De betekenis van verschillende tekstsoorten wordt belangrijker.

Het uiteindelijke doel van lees- en spellingonderwijs is, dat alle leerlingen aan het eind van de

basisschool geschreven taal kunnen en willen gebruiken om informatie te verwerken en

kennis te verwerven om zo hun intellectuele mogelijkheden verder uit te breiden.

Er zullen in de bovenbouw altijd leerlingen zijn, die extra hulp nodig hebben bij lezen, spellen

en stellen. Globaal genomen zijn dit leerlingen met dyslexie, leerlingen met een zwakke

taalontwikkeling en leerlingen die het Nederlands (nog) niet volledig beheersen. Voor deze

leerlingen wordt het steeds moeilijker om de groepslessen op eigen kracht te volgen. Ze raken

steeds verder achterop, doordat de lees- en schrijfopdrachten niet goed aansluiten bij hun

technische vaardigheden. Dit heeft gevolgen voor hun motivatie, hun zelfbeeld en hun

intellectuele ontwikkeling.

Het is daarom noodzakelijk om naast het planmatig aanpakken van lees- en/of

spellingproblemen ook aandacht te besteden aan de motivationele en sociaal-emotionele

factoren die een rol spelen bij het niet goed kunnen lezen en schrijven.

Het is mogelijk dat er bij sommige leerlingen pas in de bovenbouw wordt geconstateerd dat

ze niet zo goed kunnen lezen als hun klasgenoten. Al die tijd hebben ze hun leesproblemen

kunnen camoufleren, maar vallen uiteindelijk door de mand omdat ze bv. een vreemde taal

moeten gaan leren of omdat ze met hun lage leestempo de aangeboden teksten niet meer

aankunnen.

Begeleiding zal in deze gevallen gericht zijn op het verbeteren van de leesstrategieën en

eventueel op het zo efficiënt mogelijk gebruiken van hulpmiddelen (zoals de spellingcontrole,

woordenboek, leespen, daisyspeler).

De begeleiding is er volledig op gericht om de leerlingen met een zo hoog mogelijk niveau

van functionele geletterdheid naar het VO te kunnen laten doorstromen (minimumstreven

instructieniveau = AVI-plus). Dit geldt ook voor dyslectische leerlingen.

Er zullen echter altijd leerlingen zijn die afhankelijk blijven van hulpmiddelen bij lezen en/of

spellen.

31

Stappenplan voor groep 5 t/m 8

Moment

in de tijd

Actie door de leerkracht,( IB en RT) Uitwerking

in protocol

Stap 1 aanvang

schooljaar

Beginsituatie vastleggen van alle leerlingen (n.a.v. de

overdracht vorige groep). In geval van dyslexie afstemmen

met ouders (evt. deskundigen).

§3.3.1

Stap 2 aanvang -

oktober

Interventieperiode 1:

Start begeleiding volgens aanpak Estafette en inzetten van de

methodiek van José Schraven voor de hele groep.

Hfd. 4 + 5

(zie: Estafette +

spellingmethodiek

José Schraven)

Stap 3 oktober Meetmoment 1:leesvaardigheden zwakke leerlingen

Cito DMT + AVI leestoetsen

Effect interventie van zwakke leerlingen vaststellen en

handelingsplan bijstellen.

§3.3.2

Stap 4 oktober –

januari

Interventieperiode 2

Aanpak volgens Estafette en inzetten van de methodiek van

José Schraven voor de hele groep.

Hfd. 4 + 5

(zie: Estafette +

spellingmethodiek

José Schraven)

Stap 5 2e helft jan.

1e helft feb.

Meetmoment 2:lees- en spellingvaardigheden alle leerlingen

Cito DMT + AVI leestoetsen

Cito Begrijpend lezen M5 t/m 8

Cito Spelling M5 t/m M8

Effect interventie van zwakke leerlingen vaststellen en

handelingsplan bijstellen.

§3.3.3

Stap 6 februari -

eind maart

Interventieperiode 3

Aanpak volgens Estafette en inzetten van de methodiek van

José Schraven voor de hele groep.

Hfd. 4 + 5

(zie: Estafette +

spellingmethodiek

José Schraven)

Stap 7 eind maart Meetmoment 3:leesvaardigheden zwakke leerlingen

Cito DMT

Effect interventie van zwakke leerlingen vaststellen en

handelingsplan bijstellen.

§3.3

Stap 8 april – mei Interventieperiode 4

Aanpak volgens Estafette en inzetten van de methodiek van

José Schraven voor de hele groep.

Hfd. 4 + 5

(zie: Estafette +

spellingmethodiek

José Schraven)

Stap 9 eind mei /

half juni

Meetmoment 4: lees- en spellingvaardigheden alle leerlingen

Cito DMT + AVI leestoetsen

Cito Spelling E5 + E6

Eindevaluatie: effecten van de interventies vastleggen.

Beginsituatie nieuwe groep vastleggen in “Formulier

groepsoverdracht”.

§3.3.5 + §3.3.6 +

§3.4

32

Sociaal emotionele ontwikkeling.

Voor de ontwikkeling van de sociale competentie gebruiken wij door de gehele school heen

de methode : “Kinderen en hun sociale talenten”.

Deze methode is onderverdeeld in acht categorieën:

Ervaringen delen

Aardig doen

Samen spelen en werken

Een taak uitvoeren

Jezelf presenteren

Een keuze maken

Opkomen voor jezelf

Omgaan met ruzie

Per schooljaar geven we twintig lessen uit de acht verschillende categorieën. De gegeven

lessen noteren we op het bijbehorende schema, dat voorin de methodemap zit (zie ook de

bijlage).

Bij deze methode hoort de SCOL Lijst.

Deze checklist vullen we vanaf groep 2 twee maal per jaar in:

Najaarssignalering -invullen in de twee weken ná de herfstvakantie

-voor alle leerlingen van de groep.

Voorjaarssignalering -een half jaar later invullen (begin maart)

-alléén voor de risicoleerlingen van de groep.

Werkwijze voor de leerkracht:

(let op: de codes zijn hoofdlettergevoelig.)

Internet: start.scol.nl

Brinnummer: 06RN00

Gebruikersnaam: team

Wachtwoord:

De groepsgegevens worden uitgedraaid en gearchiveerd in de groepsmappen in de dossierkast

door Erik Lemke en Trees van Wees (vertrouwenscontactpersonen). De intern begeleiders

krijgen ook een exemplaar van de groepsoverzichten.

Ook van de in het najaar gesignaleerde risicoleerlingen wordt door hen een individuele

uitdraai gemaakt. Deze worden aan de desbetreffende leerkrachten gegeven, zodat zij op de

hoogte zijn van de risicoleerlingen in hun groep. Waar nodig kunnen opvallende uitslagen

daarna ook besproken worden met de ouders.

De leerkrachten archiveren de individuele uitdraaien in de betreffende leerlingendossiers in de

dossierkast.

33

Het Leerlingendossier.

Om te beginnen moeten we enkele regels vaststellen, die te maken hebben met

het gebruik van het leerlingendossier:

1 De dossierkast moet altijd goed afgesloten blijven.

2 Een leerlingendossier mag de school niet verlaten.

3 Een leerlingendossier mag niet worden ingezien door derden (niet-teamleden)

zonder toestemming van de ouders.

4 Een leerlingendossier of delen daarvan mag/mogen niet gekopieerd worden voor

extern gebruik zonder toestemming van de ouders.

5. Alleen teamleden of ondersteunend personeel mogen dossiers kopiëren.

6. Een leerkracht dient voordat hij/zij leerlingengegevens aan derden verstrekt, een

directielid daarvan op de hoogte te stellen.

In de A.B.-ruimte van onze school staat een dossierkast, waarin we de individuele gegevens

van onze leerlingen bewaren. De dossiers zijn gerangschikt per groep en op alfabetische

volgorde.

Voorin de lade zit ook nog een hangmap voor groepsgegevens.

Alle leerlingen hebben in hun hangmap een snelhechter. Hiermee willen we de gegevens

chronologisch archiveren en vooral voorkomen, dat gegevens door elkaar raken of zelfs

kwijtraken.

De groepsleerkracht is verantwoordelijk voor de individuele dossiers van zijn/haar groep.

De groepsoverzichten gaan in de groepshangmap voorin de lades van de dossierkast in de

A.B.-ruimte (in een snelhechter).

De intern begeleiders archiveren daarnaast ook alle groepsgegevens per groep in een

dossierkast in de I.B.-kamer.

Elke groepsleerkracht zorgt ervoor, dat de intern begeleider een exemplaar krijgt van de

groepsoverzichten van zijn/haar groep.

In elk individueel dossier zit het zgn. gele formulier. Op dit formulier noteert de

groepsleerkracht alle bijzonderheden betreffende het kind (afspraken die gemaakt zijn n.a.v.

oudergesprekken of gesprekken met de intern begeleider, schoolarts, kleuterverlenging,

notitie over advies/observatie/test door Eduniek/PCL, etc.).

Aan het eind van het schooljaar tekent de leerkracht het gele formulier af, d.w.z. er wordt

aangegeven of het kind doorgaat naar de volgende groep of iets anders. Op deze manier

ontstaat er een overzicht van de schoolloopbaan van het kind en bij welke leerkracht het kind

in de klas heeft gezeten.

Het is van groot belang dat de dossiers nauwkeurig worden bijgehouden.

34

In de individuele dossiers bewaren we :

# het gele formulier

# Pravoo individueel ontwikkelingsboekje (in november van groep 3 wordt dit, na het

invullen van peilpunt 8, vastgemaakt in de snelhechter)

# de individuele leerlingenkaarten van de Cito-toetsen (ordenen, taal voor kleuters, rekenen,

begrijpend lezen, spelling, DMT)

# het registratieformulier van de AVI-toetsen.

# de snelhechter met leerlinggegevens vanaf de kleuters (formulieren van oudergesprekken,

PCL-rapporten, SCOL lijst, VLL gegevens groep 3, verslagen van de A.B. of logopediste, R.T.

formulieren, handelingsplannen,…)

In de groepshangmap bewaren we :

# de snelhechter met de groepsoverzichten

# de schaduwformulieren van de rapporten (groep 3 t/m 8)

N.B.: Ingevulde toetsboekjes/formulieren, R.T.materialen/schriftjes, praatpapieren voor

10-minutengesprekken, etc. worden niet in het individuele dossier bewaard.

De cito-leerlingenrapporten (computeruitdraai) behoren aan het eind van het schooljaar (bij

de groepsoverdracht) in de individuele hangmappen te worden opgeborgen.

De dossiers van de schoolverlaters worden door de leerkracht(en) van groep 8 in ordners

gedaan en daarna gearchiveerd door Marijke Bauwens. (stafcoördinator onderbouw).

35

Dossiers onderbouw.

Dossier kleutergroepen.

Individuele dossiers ( hangmappen in de dossierkast in de A.B.-ruimte ):

# alle bijzonderheden n.a.v.: -leerlingenbespreking

-screening logopedie

-PGO van de schoolarts

-oudergesprekken

-huisbezoeken

-handelingsplannen, etc.

# na 1 maand onderwijs: -j.kl. Pravoo ontwikkelingsboekje peilpunt 1 invullen.

-huisbezoek (gesprek m.b.v. peilpunt 1) noteren onderaan op

het gele formulier.

# november: -j.kl. Pravoo ontwikkelingsboekje peilpunt 2 invullen

(alléén na 5 maanden onderwijs)

-o.kl. Pravoo ontwikkelingsboekje peilpunt 5 invullen

-uitdraai SCOL Lijst risicoleerlingen groep 2

# januari/februari: -j.kl. Cito leerlingenrapport M1 Ordenen en Taal uitdraaien.

(incidenteel, bv. bij twijfel overgang of oktoberkind).

-o.kl. Cito leerlingenrapport M2 Ordenen en Taal uitdraaien.

# maart: -j.kl.Pravoo ontwikkelingsboekje peilpunt 3 invullen.

(na minimaal 5 maanden onderwijs)

-o.kl. Pravoo ontwikkelingsboekje peilpunt 6 invullen.

-uitdraai SCOL Lijst risicoleerlingen groep 2

# juni: -j.kl. Pravoo ontwikkelingsboekje peilpunt 4 invullen.

-j.kl. Cito leerlingenrapport E1 Ordenen en Taal uitdraaien.

-o.kl. Pravoo ontwikkelingsboekje peilpunt 7 invullen.

-o.kl. Cito leerlingenrapport E2 Ordenen en Taal uitdraaien.

-Pravoo Beslissingenblad 1 en 2 invullen.

-formulier screening dyslexie invullen voor risicokinderen.

-de gele kaarten in de dossiers worden afgetekend, d.w.z. er

wordt aangegeven naar welke groep het kind doorgaat of dat

het kind kleuterverlenging krijgt.

-alle gegevens van het kind van het afgelopen schooljaar worden

gebundeld en in de plastic snelhechter in de dossierkast

opgeborgen (ook als het kind het volgende jaar bij dezelfde

leerkracht blijft).

36

De volgende gegevens worden ingeleverd bij de intern begeleider :

# bijzonderheden n.a.v. de logopediescreening en de nabespreking van het PGO met de schoolarts.

# november: -Pravoo groepsoverzichten van de jongste en oudste kleuters.(peilpunt 2 en 5)

-groepsgegevens SCOL Lijst groep 2

# januari -groepsoverzicht screening dyslexie oudste kleuters

# februari: -analyseformulier j.kl. Cito Ordenen en Taal voor kleuters M1.(incidenteel)

-analyseformulier o.kl. Cito Ordenen en Taal voor kleuters M2.

-groepsrapport-grafisch (van laag naar hoog) Ordenen en Taal M2

# maart: -Pravoo groepsoverzichten van de jongste en oudste kleuters.(peilpunt 3 en 6)

-gegevens risicoleerlingen SCOL Lijst groep 2

# juni: -analyseformulier j.kl. Cito Ordenen en Taal voor kleuters E1

-analyseformulier o.kl. Cito Ordenen en Taal voor kleuters E2

-groepsrapport-grafisch (van laag naar hoog) Ordenen en Taal E1/E2

-Pravoo groepsoverzichten van de jongste en oudste kleuters (peilpunt 4 en 7)

-formulier “groepsoverdracht”

-kopie scoreformulieren screening dyslexie van de risicoleerlingen.

-kopie Beslissingenblad 1 en 2

Dossier groep 3.

Individuele dossiers (hangmappen in de dossierkast in de A.B.-ruimte) :

# alle bijzonderheden n.a.v.: -leerlingenbespreking

(op het gele formulier) -oudergesprekken

-handelingsplannen

-onderzoek (b.v. PCL)

# november: -Pravoo ontwikkelingsboekje peilpunt 8 invullen.

(boekje vastmaken in de snelhechter)

-uitdraai SCOL Lijst risicoleerlingen

# februari: -LOVS Rekenen M3 leerlingenrapport uitdraaien.

-LOVS Spelling M3 leerlingenrapport uitdraaien.

# maart: -Avi-leestoets niveau registreren op de registratiekaart.

-uitdraai SCOL Lijst risicoleerlingen

# juni: -LOVS Begrijpend lezen E3 leerlingenrapport uitdraaien.

-LOVS Rekenen E3 leerlingenrapport uitdraaien.

-LOVS Spelling E3 leerlingenrapport uitdraaien.

-Avi –leestoets niveau registreren op de registratiekaart.

-alle leerlinggegevens VLL van alle signaleringsmomenten

-op de gele kaart in het leerlingendossier wordt aangegeven

naar welke groep het kind volgend schooljaar gaat.

-alle gegevens van het afgelopen schooljaar worden gebundeld

en in de plastic snelhechter in de dossierkast opgeborgen.

37

De volgende gegevens worden ingeleverd bij de intern begeleider :

#oktober -groepsoverzicht VLL herfstsignalering

# november: -Pravoo groepsoverzicht n.a.v. peilpunt 8

-groepsgegevens SCOL Lijst

# januari: -groepsoverzicht VLL wintersignalering

# februari: -LOVS Rekenen M3 groepsrapport-grafisch (van laag naar hoog)

-LOVS Spelling M3 groepsrapport-grafisch (van laag naar hoog)

# maart: -Avi-leestoets groepsoverzicht

-groepsoverzicht VLL lentesignalering

-gegevens risicoleerlingen SCOL Lijst

#juni: -LOVS Rekenen E3 groepsrapport-grafisch (van laag naar hoog)

-LOVS Spelling E3 groepsrapport-grafisch (van laag naar hoog)

-LOVS Begrijpend lezen E3 groepsrapport-grafisch (van laag naar hoog)

-Avi-leestoets groepsoverzicht

-groepsoverzicht VLL eindsignalering

De groepsleerkracht maakt een afspraak met de intern begeleider om de Pravoo

groepsoverzichten en VLL signaleringen te bespreken.

N.a.v. dit overleg kan er een groepsaanpak bepaald worden en kunnen we een nieuwe

zorgplanning gaan maken.

Na afname van de toetsen maakt de groepsleerkracht een afspraak met de intern

begeleider om de toetsresultaten door te spreken en evt. een (groeps-) handelingsplan op

te stellen.

Als er twijfels zijn wat betreft de overgang naar de volgende groep, informeert de

leerkracht bijtijds de ouders hierover. (feb/mrt)

N.B.: Voor leerlingen, die op de toetsen een D-of E-score hebben behaald,

wordt de Citonormering omgerekend in DLE . Dit wordt genoteerd op het Cito

leerlingrapport achter de niveau aanduiding, bij de kleuters in maanden

achterstand (b.v. –7) en vanaf groep 3 zowel het dle. getal als de maanden

achterstand (b.v. E4 dle.12 / -8). Soms is het raadzaam ook lage C-scores om te

rekenen naar dle.

38

Dossiers bovenbouw.

Individuele dossiers (hangmappenkast in de A.B.-ruimte)

De volgende formulieren en gegevens moeten in een dossiermap zitten:

1. Het gele formulier met alle bijzonderheden n.a.v.: -medisch onderzoek

-leerlingenbespreking

-handelingsplannen

-oudergesprekken

-evt. huisbezoeken

2. Cito leerlingenrapport: – Rekenen: -LOVS Rekenen groep 4 t/m 8

(computeruitdraai) -Begrijpend Lezen: -LOVS Begrijpend Lezen groep 4 t/m 7

-Toets Begrijpend Lezen groep 8

-Spelling: -LOVS Spelling groep 4 t/m 7

-Schaal Spellingvaardigheid groep 8

-DMT -groep 4 t/m 8

3. Overzichtskaart resultaten Avi leestoetsen

4. Kopieën van evt. onderzoeksverslagen.( n.a.v. Eduniek/PCL-onderzoek e.d.)

5. Evt. afgesloten handelingsplannen

6. Evt. verslagen van oudergesprekken

7. gegevens risicoleerlingen SCOL Lijst

Administratie tijdens het schooljaar:

# oktober -Resultaten van de AVI-leestoetsen groep 4 invullen.

-Resultaten van de AVI-leestoetsen groep 5 t/m 8 (zwakke lezers)

invullen.

-DMT leerlingenrapport groep 4 uitdraaien.

-DMT leerlingenrapport groep 5 t/m 8 (zwakke lezers) uitdraaien.

-SCOL Lijst invullen

# januari/februari -LOVS Begrijpend lezen leerlingenrapport M4, M5, M6 en M7 uitdraaien.

-Cito leerlingenrapport Toets Begrijpend Lezen M8 uitdraaien.

-LOVS Spelling leerlingenrapport M4, M5, M6 en M7 uitdraaien.

-Cito leerlingenrapport Spellingvaardigheid M8 uitdraaien.

-LOVS Rekenen leerlingenrapport M4, M5, M6, M7 en M8 uitdraaien.

-Resultaten van de AVI-leestoetsen groep 4 t/m 8 invullen.

-DMT leerlingenrapport groep 4 t/m 8 uitdraaien.

# maart -DMT gegevens groep 4 t/m 8 uitdraaien (zwakke lezers).

-SCOL Lijst risicoleerlingen invullen

# mei/juni -Resultaten van de AVI-leestoetsen en DMT groep 4 t/m 7 invullen

-LOVS Begrijpend lezen leerlingenrapport E4 uitdraaien.

-LOVS Spelling leerlingenrapport E4, E5, E6 en E7 uitdraaien.

-LOVS Rekenen leerlingrapport E4, E5, E6 en E7 uitdraaien.

-op de gele kaart worden alle bijzonderheden omtrent het kind

aangaande het betreffende schooljaar bijgeschreven. (Altijd naam van

de leerkracht en het leerjaar vermelden).

39

De volgende gegevens worden ingeleverd bij de intern begeleider:

# oktober -groepsoverzicht van de AVI-leestoetsen groep 4.

-DMT groepsrapport-grafisch groep 4.

-groepsoverzicht van de AVI-leestoetsen groep 5 t/m 8 (zwakke lezers).

-DMT groepsrapport-grafisch groep 5 t/m 8 (zwakke lezers).

-groepsgegevens SCOL Lijst

# februari -LOVS Rekenen groepsrapport-grafisch M4, M5, M6, M7 en M8

-LOVS Begrijpend lezen groepsrapport-grafisch M4, M5, M6 en M7

-Cito Toets Begrijpend Lezen groepsrapport-grafisch M8

-LOVS Spelling groepsrapport-grafisch M4, M5, M6 en M7

-Cito Spelling S.V.S. 1,2 en 3 groepsrapport-grafisch M8

-groepsoverzicht van de AVI-leestoetsen groep 4t/m 8.

-DMT groepsrapport-grafisch groep 4 t/m 8.

# maart -DMT groepsrapport-grafisch groep 4 t/m 8 (zwakke lezers)

-gegevens risicoleerlingen SCOL Lijst

# juni -groepsoverzicht van de AVI-leestoetsen groep 4 t/m groep 7

-DMT groepsrapport-grafisch groep 4 t/m 7

-LOVS Rekenen groepsrapport-grafisch E4, E5, E6 en E7

-LOVS Begrijpend lezen groepsrapport-grafisch E4

-LOVS Spelling groepsrapport-grafisch E4, E5, E6 en E7

De groepsrapporten worden van laag naar hoog afgedrukt.

Na afname van de toetsen maakt de groepsleerkracht een afspraak met de intern

begeleider om de toetsresultaten door te spreken en evt. een (groeps-) handelingsplan op

te stellen, dat uitgevoerd kan gaan worden in de groep. Er wordt een nieuwe

zorgplanning gemaakt.

Als er twijfels zijn wat betreft de overgang naar de volgende groep, informeert de

leerkracht de ouders hierover, uiterlijk één maand ná afname van de M-toetsen!

40

Gebruikte toetsen op “De Terp”.

Overzicht van de toetsen, die worden afgenomen t.b.v. het leerlingvolgsysteem

Groep 1 januari/februari -CITO Ordenen M1 }incidenteel

-CITO Taal M1 }incidenteel

juni -CITO Ordenen E1

-CITO Taal E1

-Pravoo Beslissingenblad 1

Groep 2 januari/februari -Kleutersignalering dyslexie

-CITO Ordenen M2

-CITO Taal M2

mei/juni -Kleutersignalering dyslexie (alleen risicoleerlingen!)

-Grafementoets (+ evt. DMT kaart 1 en AVI M3)

-CITO Ordenen E2

-CITO Taal E2

-Pravoo Beslissingenblad 2

Groep 3 oktober -herfstsignalering VLL

januari/februari -LOVS Rekenen M3

-LOVS Spelling M3

-wintersignalering VLL

maart -AVI-leestoetsen

-lentesignalering VLL

mei/juni -LOVS Rekenen E3

-LOVS Spelling E3

-LOVS Begrijpend lezen E3

-eindsignalering VLL

-AVI-leestoetsen

Groep 4 oktober -AVI-leestoetsen

-Cito DMT

januari/februari -LOVS Rekenen M4

-LOVS Spelling M4

-LOVS Begrijpend lezen M4

-Cito DMT

-AVI-leestoetsen

maart -Cito DMT (alleen zwakke lezers)

mei/juni -LOVS Rekenen E4

-LOVS Spelling E4

-LOVS Begrijpend lezen E4

-AVI-leestoetsen

-Cito DMT

41

Groep 5 oktober -AVI-leestoetsen (alleen zwakke lezers)

-Cito DMT (alleen zwakke lezers)

januari/februari -AVI-leestoetsen

-Cito DMT

-LOVS Rekenen M5

-LOVS Spelling M5

-LOVS Begrijpend lezen M5

(N.B.: de leerlingen van groep 5 zetten bij de M5 toetsen eerst de antwoorden in de

toetsboekjes ; daarna nemen ze de antwoorden over op het antwoordenblad!)

maart -Cito DMT (alleen zwakke lezers)

mei/juni -LOVS Rekenen E5

-LOVS Spelling E5

-AVI-leestoetsen

-Cito DMT

Groep 6 oktober -AVI-leestoetsen (alleen zwakke lezers)

-Cito DMT (alleen zwakke lezers)

januari/februari -AVI-leestoetsen

-Cito DMT

-LOVS Rekenen M6

-LOVS Spelling M6

-LOVS Begrijpend Lezen M6

maart -Cito DMT (alleen zwakke lezers)

mei/juni -LOVS Rekenen E6

-LOVS Spelling E6

-AVI-leestoetsen

-Cito DMT

Groep 7 oktober -AVI-leestoetsen (alleen zwakke lezers)

-Cito DMT (alleen zwakke lezers)

januari/februari -AVI-leestoetsen

-Cito DMT

-LOVS Rekenen M7

-LOVS Spelling M7

-LOVS Begrijpend lezen M7

maart -Cito DMT (alleen zwakke lezers)

april/mei -CITO Entreetoets

mei/juni -LOVS Rekenen E7

-LOVS Spelling E7

-AVI-leestoetsen

-Cito DMT

Groep 8 oktober -AVI-leestoetsen (alleen zwakke lezers)

-Cito DMT (alleen zwakke lezers)

januari/februari -AVI-leestoetsen

-Cito DMT

-LOVS Rekenen M8

-CITO Schaal Vorderingen in Spellingvaardigheid

dictee M8 A of B

-CITO Begrijpend lezen M8

42

Jaarplanner leerlingvolgsysteem schooljaar 2009-2010

Week nr Maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag

17 t/m 21 aug 34 X

24 t/m 28 aug 35 1

31 t/m 04 sep 36 2

07 t/m 11 sep 37 3

14 t/m 18 sep 38 4

21 t/m 25 sep 39 5 studiedag allen

28 t/m 02 okt 40 6

05 t/m 09 okt 41 X studiedag bb Avi + DMT gr.4 alle lln. / gr.5-8 zwakke lln.

12 t/m 16 okt 42 X evaluatie R.T + keuze 2e blok

19 t/m 23 okt 43 herfstvakantie vrij vrij vrij vrij

26 t/m 30 nov 44 X pravoo groep 1/2/3 invullen

02 t/m 06 nov 45 X studiemorgen ob

09 t/m 13 nov 46 1

16 t/m 20 nov 47 2

23 t/m 27 nov 48 3

30 t/m 04 dec 49 4 sinterklaasfeest

07 t/m 11 dec 50 5

14 t/m 20 dec 51 6 lln. 14.00 uur vrij

21 t/m 25 dec 52 kerstvakantie vrij vrij vrij vrij

28 t/m 01 jan 53 Vrij vrij vrij vrij vrij

04 t/m 08 jan 01 X

11 t/m 15 jan 02 X evaluatie R.T + keuze 3e blok

18 t/m 22 jan 03 X screening dyslexie gr. 2 rapporten inleveren!

25 t/m 29 jan 04 1 Citotoetsen groep 1 t/m 8 rapporten mee! studiedag allen

01 t/m 05 feb 05 2 Avi + DMT gr. 4-8 alle lln.

08 t/m 12 feb 06 3 Cito invoeren

15 t/m 19 feb 07 4 pravoo gr.1/2 invullen carnaval gr. 1-4 ?

22 t/m 26 feb 08 voorjaarsvak. vrij vrij vrij vrij

01 t/m 05 mrt 09 5 studiedag ob start ken nismakingstaken entreetoets gr. 7

08 t/m 12 mrt 10 6

15 t/m 19 mrt 11 X

22 t/m 26 mrt 12 X evaluatie R.T + keuze 4e blok palmpasen

29 t/m 02 apr 13 X Avi+DMT gr 3 alle lln. /DMT gr4-8 zwakke lln Goede vrijdag

05 t/m 09 apr 14 1 vrij

12 t/m 16 apr 15 2 start entreetoets gr.7

19 t/m 23 apr 16 3

26 t/m 30 mei 17 4 koninginnedag

04 t/m 07 mei 18 meivakantie vrij vrij vrij vrij

10 t/m 14 mei 19 vrij vrij vrij vrij vrij

17 t/m 21 mei 20 5 studiemorgen bb

24 t/m 28 mei 21 6 vrij start Citotoetsen groep 1 t/m 7

31 t/m 04 jun 22 7 Avi+DMT gr. 3-7 alle lln. Gr.vergadering

07 t/m 11 jun 23 X pravoo gr.1/2 + beslissingen bladen invullen+ dysl.scr. herhalen kleuteruitje

14 t/m 18 jun 24 X schoolreisje evaluatie R.T Cito invoeren

20 t/m 25 jun 25 X formulier groepoverdracht invullen en door spreken rapporten inleveren!

28 t/m 02 juli 26 X rapporten mee! Dossierkast in orde!

05 t/m 09 juli 27 X R.T. indelen 1e periode

t/m 22 aug. 2010 zomervakantie

Handreikingen voor het invullen van het handelingsplan.

Probleemstelling signalerend: “Wat zie of merk ik bij de leerling?”

#Beschrijf wat je daadwerkelijk waarneemt bij de leerling (nog geen conclusies trekken!)

#Probeer een antwoord te krijgen op “wie, wat, waar, wanneer.”

#Beschrijf bij een leerprobleem wat je opvalt aan het werk van de leerling.

#Beschrijf bij een gedragsprobleem wat voor gedragingen je waarneemt.

#Geef aan wat de effecten van het leer-/gedragsprobleem zijn.

#Ga na in welke situatie(s) je het probleem het duidelijkst waarneemt.

#Nam je voorganger dezelfde problemen waar?

#Neemt je duocollega dezelfde dingen waar als jij?

Je kunt een probleem signaleren d.m.v.:

-methode gebonden toets

-leerlingvolgsysteemtoets (leerling behaalt op de toets een D/E-score)

-observatie

Probleemstelling diagnosticerend: “Wat weet of begrijp ik uit wat ik zie?”

#Ga na op welk domein het probleem zich afspeelt.

#Betrek de omgeving en anderen in je analyse.

#Doe een diagnostisch gesprek.

#Noem relevante beschikbare toetsgegevens (noem ook de datum van afname.)

#Wat heb je al gedaan om de betreffende leerling te helpen?

#Hoe lang heb je hulp geboden, met welke frequentie en wat was het effect?

#Ga na of het de leerling ontbreekt aan inzicht of aan de benodigde vaardigheden.

#Ga bij een gedragsprobleem na hoe de leerling zich voelt bij het vertoonde gedrag en wat hij

met het gedrag wil bereiken.

Je kunt een probleem diagnosticeren d.m.v.:

-het analyseren van de methode onafhankelijke toets

-diagnosetoets

-gesprekje met de leerling

Doelstelling: “Wat moet de leerling kennen of kunnen?”

#Wat wil je bereiken?

#Formuleer bij een leerprobleem een doelstelling voor een afgebakend gebiedje, dat haalbaar

is in een periode van zes weken (korte termijn.), m.a.w. hak een groter probleem in hapklare

brokken en bepaal waaraan je het eerst gaat werken.

#Formuleer bij een gedragsprobleem een doelstelling in observeerbare termen (waarneembaar

gedrag.)

#Maak je doelstelling heel concreet (b.v. bij een gedragsprobleem: in welke situaties moet het

beter gaan?)

#Formuleer het gewenste doel/effect altijd positief (dus: de leerling kan … i.p.v. de leerling

moet geen fouten meer maken.)

44

Bijlagen:

# Formulier Remedial Teaching

# Handelingsplan kleutergroepen

# Handelingsplan groep 3 t/m 8

# Formulier ondersteuning

# Formulier groepsoverdracht (aan het einde van het schooljaar)

# Formulier leerlingenbespreking kleutergroepen

# Formulier leerlingenbespreking groep 3 t/m 8

# Formulier oudergesprek

# Criteria aanname leerlingen met specifieke behoeften (rugzakleerlingen)

# Protocol overgang naar groep 2 en groep 3. (Beslissingenblad 1 en 2) .

# Groepsoverzicht Kleutersignalering dyslexie (januari groep 2)

# Individueel scoreformulier Kleutersignalering dyslexie (juni groep 2)

# Lesschema “Kinderen en hun sociale talenten”

# 9-dagdelenoverzicht

45

REMEDIAL TEACHING

Weesp,

Aan de ouders/verzorgers van:

N.a.v. een afgenomen toets / tijdens de lessen is gebleken dat uw kind moeite heeft met:

Uw kind krijgt daarom de komende zes tot acht weken remedial teaching.

Dat betekent dat er gedurende een periode van een aantal weken met uw kind geoefend wordt

op dit gebied.

Deze remedial teaching wordt gegeven door:

Uw kind krijgt geen oefenstof mee naar huis.

Uw kind krijgt wel extra stof mee naar huis, te weten:

Dit werk moet op school ingeleverd worden op:

Als u nog vragen heeft, beantwoorden we die natuurlijk graag.

Wilt u één exemplaar ondertekend retourneren?

Met vriendelijke groeten, gezien en akkoord bevonden:

———————————– ————————————-

naam leerkracht) (handtekening ouder/verzorger)

46

Handelingsplan kleutergroepen

Oecumenische basisschool “de Terp” – Weesp

aanleiding

0 signalering op groepsniveau (observatie) d.d.

0 signalering via Cito leerlingvolgsysteemtoets d.d.

0 signalering via Pravoo peilpunt … d.d.

0 leerlingbespreking d.d.

0 plan is vervolg op plan d.d.

0 anders, nl. n.a.v.

soort probleem

leerproblemen gedragsproblemen

0 taal 0 kringgedrag

0 motoriek 0 speelgedrag

0 zintuiglijke ontwikkeling 0 werkgedrag

0 hoeveelheden / ordenen 0 sociaal – emotioneel gedrag

0 redzaamheid 0 tegenover de leerkracht

0 tegenover een medeleerling

0 anders, nl.

probleemstelling signalerend

toets afgenomen toets afnamedatum niveau D.L. / d.l.e.

Cito Ordenen M….. / E…..

Cito Taal v. kleuters M….. / E…..

probleemstelling diagnosticerend (waarneembaar/concreet formuleren, moet toetsbaar zijn!)

doelstelling

In welke termijn ?

De gesignaleerde problemen zijn besproken met :

0 ouder(s) / verzorger(s) 0 remedial teacher

0 intern begeleider 0 Eduniek leerlingbegeleider

0 directie 0 teamleden

uitvoering van het plan

door wie ? waar ? wanneer ?

0 groepsleerkracht 0 in de klas 0 maandag ….. minuten

0 remedial teacher 0 buiten de klas 0 dinsdag ….. minuten

0 ouder 0 thuis 0 woensdag ….. minuten

47

0 0 0 donderdag ….. minuten

0 0 0 vrijdag ….. minuten

Wat wordt er gedaan met welk materiaal ?

evaluatie

De evaluatie vindt plaats op om uur.

Aanwezig zullen zijn:

0 ouder(s)/verzorger(s) 0 remedial teacher 0 Eduniek leerlingbegeleider

0 groepsleerkracht 0 intern begeleider 0

Resultaat / effect van de geboden hulp en conclusies :

Doelstelling gehaald :

ja / nee

Verdere hulp nodig :

ja / nee

Externe deskundigheid nodig:

ja /nee

Gezien en akkoord bevonden

handtekening leerkracht handtekening ouder(s) / verzorger(s)

————————————– ——————————————-

Logboek behorende bij het handelingsplan van :

datum: bevindingen:

48

Handelingsplan groep 3 t/m 8

Oecumenische basisschool “de Terp” – Weesp

leerlinggegevens

Naam : Opgesteld door :

Geboortedatum : Datum :

Groepsverloop : Didactische leeftijd:

aanleiding

0 signalering op groepsniveau d.d.

0 signalering via Cito LVS d.d.

0 leerlingbespreking d.d.

0 plan is vervolg op plan d.d.

0 anders, nl. n.a.v.

soort probleem

leerproblemen gedragsproblemen

0 leervoorwaarden 0 tijdens het werken

0 technisch lezen 0 tegenover de leerkracht

0 begrijpend lezen 0 tegenover een medeleerling

0 spelling 0 sociaal-emotioneel

0 rekenen 0 anders, nl.

0 schrijven / motoriek

probleemstelling signalerend

toets afgenomen toets datum niveau d.l./ d.l.e.

Cito Rekenen Alg. M….. / E…..

Cito Rekenen GB M….. / E…..

Cito Rekenen MTG M….. / E…..

Cito Spelling M….. / E…..

Cito Begr. Lezen M…..

AVI B…../ I.….

Drie Minuten Toets B…../ M…../

E….

kaart 1

kaart 2

kaart 3

probleemstelling diagnosticerend (waarneembaar/concreet formuleren, moet toetsbaar zijn!)

doelstelling

In welke termijn ?

De gesignaleerde problemen zijn besproken met :

0 ouder(s) / verzorger(s) 0 remedial teacher

0 intern begeleider 0 Eduniek leerlingbegeleider

0 directie 0 teamleden

49

uitvoering van het plan

door wie ? waar ? wanneer ?

0 groepsleerkracht 0 in de klas 0 maandag ….. minuten

0 remedial teacher 0 buiten de klas 0 dinsdag ….. minuten

0 ouder 0 thuis 0 woensdag ….. minuten

0 0 0 donderdag ….. minuten

0 0 0 vrijdag ….. minuten

Wat wordt er gedaan met welk materiaal ?

evaluatie

De evaluatie vindt plaats op …………………………………om …………….uur.

Aanwezig zullen zijn:

0 ouder(s)/verzorger(s) 0 remedial teacher 0 Eduniek leerlingbegeleider

0 groepsleerkracht 0 intern begeleider 0

Resultaat / effect van de geboden hulp en conclusies :

toets afgenomen toets datum niveau d.l./ d.l.e.

AVI B…../ I.….

Drie Minuten Toets B…../ M…../

E….

kaart 1

kaart 2

kaart 3

Doelstelling gehaald :

ja / nee

Verdere hulp nodig :

ja / nee

Externe deskundigheid nodig:

ja /nee

Nieuw doel bij verdere begeleiding:

Gezien en akkoord bevonden

handtekening leerkracht handtekening ouder(s) / verzorger(s)

————————————– ——————————————-

Logboek behorende bij het handelingsplan van :

Naam : Groep :

Geboortedatum : Ingevuld door :

datum: bevindingen:

50

Formulier ondersteuning

soort probleem

leerproblemen gedragsproblemen

0 taal / spelling 0 kringgedrag

0 motoriek / schrijven 0 speelgedrag

0 zintuiglijke ontwikkeling 0 werkgedrag

0 hoeveelheden / ordenen 0 sociaal – emotioneel gedrag

0 redzaamheid 0 tegenover de leerkracht

0 rekenen 0 tegenover een medeleerling

0 technisch / begrijpend lezen 0 anders, nl.

uitvoering van de ondersteuning

De ondersteuning wordt gegeven door:

waar ? wanneer ?

0 in de klas 0 maandag ….. minuten

0 buiten de klas 0 dinsdag ….. minuten

0 woensdag ….. minuten

0 donderdag ….. minuten

0 vrijdag ….. minuten

Wat wordt er gedaan en met welk materiaal?

evaluatie

De evaluatie vindt plaats op: om uur.

Aanwezig zullen zijn:

Resultaat / effect van de geboden hulp en conclusies :

Vervolg ondersteuning: ja / nee

Logboek behorende bij de ondersteuning van :

datum: bevindingen:

51

Formulier groepsoverdracht.

( aan het einde van het schooljaar)

ingevuld door: datum: groep:

Naam: geboortedatum:

Didactische onderwijsbehoeften:

toets niveau toets niveau

Cito Ordenen Cito Taal voor kleuters

Pedagogische onderwijsbehoeften:

Naam: geboortedatum:

Didactische onderwijsbehoeften:

toets niveau toets niveau

Cito Ordenen Cito Taal voor kleuters

Pedagogische onderwijsbehoeften:

Naam: geboortedatum:

Didactische onderwijsbehoeften:

toets niveau toets niveau

Cito Ordenen Cito Taal voor kleuters

Pedagogische onderwijsbehoeften:

Naam: geboortedatum:

Didactische onderwijsbehoeften:

toets niveau toets niveau

Cito Ordenen Cito Taal voor kleuters

Pedagogische onderwijsbehoeften:

groepsverdeling wat betreft instructiebehoeften:

Sturend: Ontwikkelend: Ontdekkend: Kindvolgend:

52

Formulier leerlingenbespreking kleutergroepen.

aanleiding

0 signalering op groepsniveau d.d.

0 signalering n.a.v. CITO leerlingvolgsysteemtoets d.d.

0 signalering n.a.v. Pravoo peilpunt … d.d.

0 oudergesprek d.d.

0 anders, nl. n.a.v.

soort probleem

Leerprobleem gedragsprobleem

0 taal 0 kringgedrag

0 motoriek 0 speelgedrag

0 zintuiglijke ontwikkeling 0 werkgedrag

0 hoeveelheden / ordenen 0 sociaal – emotioneel gedrag

0 redzaamheid 0 tegenover de leerkracht

0 tegenover medeleerling(-en)

0 anders, nl.

Probleembeschrijving (hulpvraag vanuit het kind)

toetsgegevens

toets datum vaardigheidsscore niveau / DLE

Cito Ordenen M1

Cito Ordenen E1

Cito Ordenen M2

Cito Ordenen E2

Cito Taal voor kleuters M1

Cito Taal voor kleuters E1

Cito Taal voor kleuters M2

Cito Taal voor kleuters E2

Pravoo groep 3 rijpheidprotocol score : advies :

observatie d.d.:..…..

informatie van ouders d.d.:…….

suggestie voor de aanpak:

gemaakte afspraken:

0 hulp en advies in de klas

0 handelingsplan opgesteld door de leerkracht en de intern begeleider

0 handelingsplan opgesteld door de remedial teacher

0 anders, nl.:

53

Formulier leerlingbespreking groep 3 t/m 8.

aanleiding

0 signalering op groepsniveau d.d.

0 signalering n.a.v. Cito leerlingvolgsysteemtoets d.d.

0 oudergesprek d.d.

0 anders, nl. n.a.v.

soort probleem

Leerprobleem gedragsprobleem

0 leervoorwaarden 0 tijdens het werk

0 technisch lezen 0 tegenover de leerkracht

0 begrijpend lezen 0 tegenover medeleerling(-en)

0 spelling 0 sociaal – emotioneel

0 rekenen 0 anders, nl.

0 schrijven

0 motoriek

Probleembeschrijving (hulpvraag vanuit het kind)

Toetsgegevens

toets Afname M/E datum toetsscore v.score niveau / dle.

Cito Rekenen

Cito Spelling

Cito Begrijpend Lezen

Cito DMT kaart 1

Cito DMT kaart 2

Cito DMT kaart 3

PI-dictee

AVI tijd: fout:

observatie d.d.:..…..

informatie van ouders d.d.:…….

suggestie voor de aanpak:

gemaakte afspraken:

0 hulp en advies in de klas

0 handelingsplan opgesteld door de leerkracht en de intern begeleider

0 handelingsplan opgesteld door de remedial teacher

0 anders, nl.:

54

Formulier oudergesprek.

leerlinggegevens

Naam: Groep:

Geboortedatum: Groepsleerkracht:

Datum gesprek: Plaats:

gespreksdeelnemers

Naam: Hoedanigheid/functie:

1.

2.

3.

4.

reden van het gesprek

(voorlopige)conclusies

afspraken

volgende gesprek

datum: plaats:

Gezien en akkoord bevonden

handtekening leerkracht handtekening ouder(s)/verzorger(s)

—————————————– ——————————————

55

Criteria aanname rugzakleerlingen

1. Rust en veiligheid

We hechten binnen onze school in grote mate aan veiligheid en geborgenheid voor

alle betrokkenen. Binnen de groep wordt gestreefd naar een optimaal pedagogisch

klimaat.

Aannamecriterium:

De leerling mag het pedagogisch klimaat niet blijvend verstoren. We vinden dat er na

maximaal 3 maanden een nieuw evenwicht in de groep moet zijn.

2. Het leerproces

We werken met een leerstofjaarklassensysteem. Leerlingen moeten echter wel de

gelegenheid hebben een eigen leerweg te volgen.

We zoeken naar mogelijkheden om tegemoet te komen aan verschillen tussen

leerlingen.

Aannamecriterium:

De leerling moet voldoende mogelijkheden hebben zich op een eigen tempo te

ontwikkelen. Er moet sprake zijn van een meetbare vooruitgang. Dit wordt twee tot

drie maal per jaar gemeten volgens afgesproken toetsen.

3. Ruimte voor verzorging en behandeling binnen de school

We zijn ons er van bewust dat incidenteel de aandacht voor het leerproces op de

achtergrond kan komen. Wanneer zich in het leven van een leerling iets voordoet

waardoor de ruimte voor leren afneemt, zullen we ook daarin het kind begeleiden.

We moeten er daarbij naar streven dat het kind de eigen leerdoelen kan blijven

bereiken.

We streven naar een evenwicht tussen cognitieve ontwikkeling, emotionele stabiliteit

en optimale zelfstandigheid.

Aannamecriterium:

De mate van structurele verzorging en/ of behandeling moet zodanig te organiseren

zijn, dat bovengenoemd evenwicht te realiseren is.

In de wisselwerking tussen de verzorging en/ of behandeling enerzijds en het

leerproces anderzijds moeten beide tot hun recht komen.

Van de leerkrachten kan niet worden verwacht, dat zij persoonlijke verzorging bieden.

Hiervoor zullen de ouders/ verzorgers een oplossing moeten zoeken.

4. Professionalisering van leerkrachten

Leerkrachten zijn voortdurend bezig zich te professionaliseren op allerlei gebieden die

met het onderwijs samenhangen. De schoolontwikkeling bepaalt in grote mate de

invulling van de nascholing voor het team als geheel en de individuele

56

onderwijsgevenden. De besluiten worden hierover genomen door de directie en het

bestuur, met inspraak van het team.

Aannamecriterium:

De mate van nascholing die gevraagd wordt voor de opvang van de leerling, moet

passen binnen het nascholingsbeleid van de school. Daarbij is bepalend welke

draagkracht de onderwijsgevenden hebben. Hierbij telt niet alleen de draagkracht van

de betreffende groepsleerkracht, maar ook die van alle andere teamleden.

5. Externe ondersteuning en begeleiding

Onze school staat open voor samenwerking met instanties buiten de school. Er is een

ruime ervaring opgebouwd met bijvoorbeeld ambulante begeleiding.

Aannamecriterium:

In onderling overleg met het REC (Regionaal Expertise Centrum) zullen we voor de

directe begeleiding van de leerling zoeken naar de grenzen van onze mogelijkheden.

Daarnaast verwachten we van externe begeleiders dat zij ons helpen een reëel beeld te

krijgen van de te verwachten basisschoolloopbaan van de leerling, zodat wij

weloverwogen tot een leergang kunnen komen en het leerproces verantwoord kunnen

begeleiden.

6. Opnamecapaciteit

Binnen onze school zijn duidelijke afspraken over het aantal leerlingen per groep.

We streven naar een evenwicht binnen de groep en maken weloverwogen keuzes bij

het samenstellen van de klassen.

Aannamecriterium:

In principe denken we dat we de draagkracht hebben voor één rugzakleerling per

leerjaar.

In bepaalde gevallen, afhankelijk van de aard van de handicap en de

groepssamenstelling, kunnen we besluiten hiervan af te wijken.

7. Gebouw en materiaal

De Terp beschikt over een aangepast toilet, geschikt voor invaliden.

Het gebouw heeft geen verdiepingen.

Er zijn voldoende lesmaterialen aanwezig om een leerstofachterstand of –voorsprong

op te vangen.

Aannamecriterium:

Aanpassingen aan het gebouw kunnen gedaan worden, mits ze financieel en

bouwtechnisch haalbaar zijn. Ze moeten passen binnen het huidige gebruik van het

gebouw.

Binnen de budgettaire ruimte kan de directie hierover een beslissing nemen.

57

Protocol doorstroming naar groep 2 en 3.

(beleid t.a.v.het onderbouwen van de beslissing m.b.t. de doorstroming van

de zgn. “oktober-, november- en decemberkinderen”.)

Leertijd en ontwikkeltijd

Veel scholen kennen een leerstofjaarklassensysteem en binnen dat systeem moet

een kind in een bepaalde leertijd een bepaalde hoeveelheid kennis en

vaardigheden verwerven. Er zijn kinderen waarvoor die leertijd te kort is, maar

er zijn ook kinderen waarvoor die leertijd van een jaar te lang is. Bovendien is

het ook niet zo dat alle kinderen op dezelfde manier leren. Er zijn kinderen die

gebaat zijn bij ontwikkelend onderwijs, anderen hebben meer aan ontdekkend

onderwijs en er zijn ook kinderen die om sturend onderwijs vragen.

We komen in maart kinderen tegen in groep 2 die eigenlijk toe zijn aan het

onderwijs in groep 3. Het kan gaan om grote flinke kinderen die eigenlijk alles al

wel gedaan hebben van het onderwijs aanbod van groep 2.

We komen in oktober kinderen tegen in groep 3 die steeds bij de hand moeten

worden genomen door de leerkracht en naar het werk teruggebracht moeten

worden. Alles is net te veel voor hen. Ze zijn thuis brommerig en moeten

duidelijk op hun tenen lopen. Het gaat niet om leerlingen met een leerstoornis,

maar om kinderen die in augustus nog

net niet toe waren aan het onderwijsaanbod van groep 3.

Kleuterverlenging

Kleuterverlenging is niet per definitie een jaartje wachten.

Er zijn bij de groep 1/2-verlengers 3 hoofdsoorten kinderen:

1. Kinderen die heel jong zijn in leeftijd en gedrag en geen stoornissen

hebben en veel groei – en ontwikkelingsvoordeel van het verlengen kunnen

hebben.

2. Kinderen met grote achterstand in de beginsituatie, geen leerstoornis

hebben en de tijd krijgen om die achterstand in te halen.

3. kinderen met leerstoornissen.

58

Het is belangrijk dat we per kind bepalen hoe het het beste zijn schoolloopbaan

kan vervolgen. Daarbij kan verlengen heel wat anders zijn dan een jaartje

wachten!

Nadelen van het te vroeg doorgaan

1. te vroeg doorgaan kan er voor zorgen dat de kinderen op hun tenen

moeten lopen en zeer gespannen zijn op school.

2. te vroeg doorgaan kan het zelfbeeld van een kind en het zelfvertrouwen

nadelig beïnvloeden.

3. te vroeg doorgaan kan nadelig zijn voor de verdere ontwikkeling omdat de

basis voor het verdere leren niet optimaal aanwezig is.

4. te vroeg naar groep 3 gaan heeft een groot nadeel voor de organisatie in

de groep. (Veel aandacht gaat naar deze kinderen om ze er bij te houden!)

Samenvattend

1. De school bepaalt of kinderen wel of niet overgaan of een verlengde

leertijd krijgen

2. In de wet staat dat kinderen in principe de basisschool in 8

aaneensluitende jaren zou moeten KUNNEN doorlopen

3. Als scholen vinden dat een kind langer dan 8 jaar over de basisschool moet

doen dan moet men dat kunnen onderbouwen.

4. De manier waarop de school die onderbouwing opzet mag de school zelf

bepalen, daarbij mag het om het gebruik van toetsen gaan maar ook om

het hanteren van argumenten.

De onderbouwing

De school bepaalt de loopbaan van de kinderen en moet de ouders daarover op de

juiste manier informeren.

Op onze school hanteren we naast het Pravoo LVS de beslissingenbladen om te

onderbouwen waarom een kind wel /(nog) niet versneld doorgaat naar groep 2 of

3. Deze bladen worden aan het einde van het schooljaar ingevuld door de

leerkracht en besproken met de intern begeleider en de ouders/verzorgers.

59

Beslissingenblad 1

Beslissingenblad 1 gebruiken we voor de november – en decemberkinderen in

groep 1 om te bepalen of zij wel of niet versneld door kunnen gaan naar groep 2.

Oktoberkinderen starten over het algemeen zowiezo na de zomervakantie in

groep 2. De kolom van begin groep 1 (peilpunt1) en de proefscoring eind groep 1

worden ingevuld. Na het vaststellen van de score kan in het vak de beslissing

worden aangegeven.

Beslissingenblad 2

Dit wordt gebruikt om de beslissing over het wel of niet doorgaan naar groep 3

van de oktober -, november -, decemberkinderen (én overige “twijfelgevallen”) te

onderbouwen. De volgende gegevens worden ingevuld:

1. Pravoo leerlingvolgsysteem peilpunt eind groep 2

2. Groep-3-rijpheidsprotocol

3. De vraag of er sprake is van ontwikkelbaarheid zodat de verlengde

leertijd meer ontwikkelingsrendement op zou kunnen leveren

4. CITO – taal voor kleuters

5. CITO – ordenen

Doorstroming naar groep 2 kan evt. alsnog in de loop van het schooljaar

gebeuren, maar dan altijd in goed overleg met de intern begeleider en directie.

Onze beslissing over wel/niet doorgaan wordt na zorgvuldig overleg aan de

ouders kenbaar gemaakt. Deze beslissing is bindend.

60

Kleutersignaleringslijst – januari groep 2

Protocol leesproblemen en dyslexie

groep:

afgenomen door:

datum:

naam leerling:

auditieve analyse

(max.= 20)

auditieve synthese

(max.= 10)

letters benoemen

(max.= 25)

kleurentoets

norm: 20-30 sec.

(gem.=23 sec.)

61

Kleutersignaleringslijst – juni groep 2

Protocol leesproblemen en dyslexie

naam: afnamedatum:

geboortedatum: groep:

Auditieve analyse (beginklank / fonemisch bewustzijn)

oefenitems initiale klank

evt. verlengen

(direct goed = 2pnt.)

na simultaan

spreken/schrijven

(1 pnt.)

voorgezegd

(0 pnt.)

a. sok – - -

b. lamp – - -

c. boom – - -

testitems

1. mama

2. soep

3. loop

4. kop

5. neus

6. rood

7. geel

8. fiets

9. lamp

10. boom

Score:…….punten (max. 20)

Auditieve synthese

1. sok 6. rug

2. boom 7. teen

3. tas 8. pan

4. maan 9. boek

5. vis 10. hek

Aantal woorden goed: ……. (max. 10)

Letters benoemen (fonologisch)

s o k i p

aa r m z t

e h v l u

uu g w b a

j f oo n ee

Aantal letters goed: …….(max. 25)

Kleurentoets (snel benoemen van eenvoudige primaire kleuren)

Tijd:.……sec. (norm 23 sec. / deviatie 6 sec.)

Logopedie: Heeft de leerling logopedie gehad i.v.m. spraaktaalproblemen? ja / nee

Erfelijkheid: Komt dyslexie in de naaste familie voor? ja / nee

Oordeel leerkracht: Voorziet de leerkracht problemen in groep 3? ja / nee

62

KINDEREN EN HUN SOCIALE TALENTEN

GROEP:

LES ONDERWERP DATUM

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

63

9-dagdelenoverzicht bij het adaptief onderwijs op:

Rekenen Spelling Technisch lezen

Sturend

Sturend Sturend M

A

A

A

N

D

A

G

Ontwikkeld

Ontwikkelend Ontwikkelend

D

I

N

S

D

A

G

Ontdekkend

Ontdekkend Ontdekkend

W

O

E

N

S

D

A

G

Kindvolgend

Kindvolgend Kindvolgend D

O

N

D

E

R

D

A

G

Opmerkingen:

V

R

I

J

D

A

G

64

65